Afdrukken

Deurwaarders

Geschreven door Nick Hibberd.

Wat ik wil vertellen is dat er mensen zijn die echt demonstratief rekeningen niet betalen omdat ze zich boven de wet wanen.

Daarnaast heb je ook mensen die uit angst hun rekeningen niet eens durven te openen. Of mensen die de intentie hebben om te betalen maar het niet genoeg geld hebben en geen kracht of vertrouwen hebben om dit te communiceren via een rechter.

Wat me dan frustreert is dan dat de tweede groep mensen een beetje gestraft wordt voor iets wat de eerste groep heeft gedaan. Dat ze dan 'guilty untill proven innocent' zijn van wanbetaling omdat de instanties en wetgeving toch genoodzaakt zijn om voor iedereen dezelfde wet te laten gelden.

Zo heb je ook oude mensen, verslaafde mensen, deurwaardermensen die in een scheiding zitten, mensen met een psychiatrische aandoening, maar ook gewoon mensen die in armoede leven en niet goed met papieren om kunnen gaan. Terwijl de tarieven die er bij komen als kosten voor de deurwaarder vaak twee keer zo hoog als de oorspronkelijke rekening.

Dus op papier klopt het allemaal, een wanbetaler is een wanbetaler. Maar indirect qua oorzaak-gevolg komt het er weleens op neer dat iemand wordt gestraft voor het arm zijn en niet goed om kunnen gaan met papieren.

Eerlijkheid probeer ik een beetje op te geven, maar recht daar geloof ik nog wel in. Toch qua eerlijkheid is het wel een beetje stom dat er mensen zijn die om de 3 weken een boete krijgen voor te hard rijden en deze zonder omkijken betalen. Terwijl er tegelijkertijd mensen zijn die 1 keer een gelijke boete krijgen en dat het oploopt tot een deurwaarder aan de deur omdat ze arm zijn.

'Moet je maar harder werken of beter je best doen op school' zeggen sommige mensen dan vanuit de wat meer rechtse hoek. Alleen het komt ook voor dat mensen om redenen buiten hun macht om in de armoede belanden gewoon uit pure pech. Het zijn de echte sterke mensen die zich dan niet laten verleiden door erge dingen te gaan doen die anderen schaden.

En om terug te komen op de oorsprong, mijn cynische uitspatting. Ik weet uit ervaring dat er deurwaarders zijn die zelf in de drugs-scene zitten en gebruiken. Ook zijn er douane-beambten die weleens drugs gebruiken bij een feest. Zelfs politici. Alleen dit is gelukkig incidenteel, niet structureel. 'Waarom is dit erg' vragen mensen zich soms af. Het erge er aan is dat 1. iemands integriteitspositie zou in het geding kunnen komen door chantage door degene die de drugs verkoopt. 2. De drugs zelf hebben een bedwelmend effect dat iemand dingen kan laten doen waar de goede naam van de professie en het vertrouwen van het volk in het geding zou kunnen komen.

En er zijn nog meer redenen, alleen daar heb ik nu even genoeg over gezegd.

Afdrukken

Verhaal over Armoede & Solidariteit

Geschreven door Barbara Veger.

Een verhaal over armoede en solidariteit door Barbara Veger gehouden op de Armoedeconferentie van 27 november 2012 in de Stadsbrug.

Armoede in Nederland wordt steeds actueler. Dat blijkt alleen al uit de cijfers. Sinds de kredietcrisis van 2008 lijkt de economie te kampen te hebben met een chronische depressie. De werkloosheid stijgt en de armoede neemt toe, nadat er jarenlang sprake was van een dalende lijn. In 2011 leefde 1 op de 10 kinderen in armoede in Nederland en dit dreigt dit jaar op te lopen tot 1 op de 9; meer dan een miljoen individuen leven onder de armoedegrens. Dat aantal is volgens CBS en SCP met 134.000 gestegen sinds 2010. Het zijn niet alleen de zogenaamde bijstandsmoeders die arm zijn. Veel kleine zelfstandigen (ZZP-ers) komen in de problemen: 12% van hen zit onder de armoedegrens volgens een recent onderzoek van de Kamer van Koophandel. En steeds meer mensen die het voorheen redelijk goed hadden, tweeverdieners met een koophuis bijvoorbeeld, maken een vrije val naar beneden omdat ze hun baan verliezen in deze crisistijd.


Er zijn eerder economische crises geweest waarin de armoede toenam; crises in de 30er en in de 80er jaren. Echter heden ten dage zijn er factoren die het moeilijker maken om arm te zijn dan in vroegere tijden. Kijken we bijvoorbeeld naar de 30er jaren, dan waren er minder verschillen tussen mensen die hun inkomen moesten verwerven door te werken. Simpel gezegd: bijna iedereen was arm, dus hoefde je er niet voor te schamen. In de volkswijken was er meer een gemeenschapsgevoel, men hielp elkaar meer dan tegenwoordig, arme mensen gingen ook samen de barricaden op – bijvoorbeeld verzet tegen huisuitzettingen, tegen ontslagen. Er waren sterke arbeidersorganisaties die werkenden, werklozen, huurders etc. organiseerden.

Ook de 80er jaren waren nog het toneel van veel sociale onrust en veel sociale strijd. Maar in de 90er jaren sloeg de individualisering toe. Mensen werden steeds meer op zichzelf teruggeworpen, als individu of als gezin. Mensen kennen vaak hun buren niet meer. Het heersende idee is dat je het als individu moet zien te maken, als je dat niet lukt ligt het aan jezelf. Dat zorgt vaak voor schaamte en een laag zelfbeeld bij mensen die arm zijn: ik kan niet voor mezelf zorgen, ik moet mijn hand ophouden, dus ben ik een mislukkeling. De benadering vanuit de overheid versterkt de indruk nog dat het aan arme mensen zelf te wijten is dat ze arm zijn. Iedereen moet werken, wie niet aan de strenge regels voldoet wordt hard aangepakt. Mensen worden zelfs gedwongen gratis te werken als “vrijwilliger” of stagiaire”…Alsof het de schuld is van werkloze mensen dat er in deze tijden van crisis weinig banen zijn. Het afhankelijk zijn van een uitkeringsinstantie, die soms de eerste beste gelegenheid aangrijpt om de uitkering te korten, wordt door veel mensen als stressvol en vernederend ervaren. Dat is tenminste mijn ervaring met mensen in mijn omgeving.

Armoede beperkt je in je mogelijkheden om anderen te ontmoeten. Ik heb voorbeelden gehoord zoals: ik wil niet meer naar de kroeg, want ik kan de anderen nooit eens een rondje geven; het is lastig om mensen bij je thuis uit te nodigen want je wilt toch wat extra eten en drinken in huis halen; het is lastig om naar verjaardagen te gaan want dan moet ik me in de schulden steken om een cadeautje te kunnen kopen. Het feit dat een grote groep mensen in Nederland arm is, maar een andere groep nog steeds een goede levenstandaard heeft, maakt het soms lastig om je staande te houden. Wat doe je als je geen rode cent meer hebt, maar je zoontje wil met zijn buurjongetje mee naar een tropisch zwembad dat je niet kan betalen? Hoe voelt het als je nee moet zeggen? Wat doet bovendien alle reclame met mensen? Je hoort er niet bij zonder dure auto, zonder smartphone, nieuwste TV type, dure vakanties, dure merkkleding… die je buren, of de klasgenootjes van je kind, dus wel hebben.

Het sterkst heb ik die kloof gezien tijdens een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. De meeste patiënten waren herkenbaar aan de brandgaten in hun kleding. Niemand leek ooit wat te roken te hebben; zelf heb ik ook mijn toevlucht genomen tot stompjes peuken van de grond en uit de vieze asbak vissen. Om het psychiatrisch ziekenhuis heen ligt een welvarende voorstad, waar mensen op zijn minst 1 auto voor de deur hebben staan. Het contrast kon bijna niet groter zijn: een getto midden in een welvarende wijk. Het laat je voelen als een outcast, een loser, geïsoleerd van de normale mensen.

Mensen met een psychiatrische achtergrond hebben bovenop alle standaard bezuinigingen het de afgelopen jaren nog extra voor hun kiezen gehad met tal van eigen bijdragen: voor woonbegeleiding, de psycholoog, de psychiater, voor opname…. Het is een kleine opluchting voor velen van ons dat in elk geval de eigen bijdrage voor de psychiater van tafel is. Daar tegenover staat wel dat we het verhoogde eigen risico voor zorg van 350 euro in de meeste gevallen wel moeten ophoesten, naast alle andere bezuinigingen, lastenverzwaringen…

Armoede en werkloosheid maken ziek. In de 80er jaren steeg het aantal mensen met depressieve klachten en het aantal zelfmoorden, om weer te dalen toen de crisis voorbij was. Steeds weer zorgen maken wat je moet doen als je wasmachine of stofzuiger kapot gaat. De stress van deurwaarders die je het vuur aan de schenen leggen, schulden die onoverkomelijk lijken. Veel mensen komen in de schulden terecht, door pech, door fouten van instanties of hun partner. Of omdat ze zich bepaalde dingen niet willen ontzeggen. Soms spreken anderen daar schande van. Maar wie is die ander om bijvoorbeeld tegen iemand in de bijstand te zeggen: je mag geen hondje nemen want daar heb je het geld niet voor? Terwijl dat hondje zoveel bijdraagt aan het welzijn van die persoon? Er bestaat schuldhulpverlening, maar de wachttijden zijn lang en de regels bot. Het valt niet mee om de regie over je financiën uit handen te geven, met name als je dan ook nog eens slecht bejegend (of zelfs opgelicht) wordt door bewindvoerders. En naar mijn mening is zeker ook de maatschappij te verwijten dat veel mensen in de schulden komen. Hoe vaak hoor je niet: koop nu een auto, betaal over een jaar? Krediet is de laatste jaren enorm aangemoedigd.

Armoede betekent ook dat je vaak gedwongen bent genoegen te nemen met slechte huisvesting in een slechte wijk. Wat op zijn beurt weer voor een hoop ellende en stress kan zorgen, zoals niet kunnen slapen door burenoverlast en slechte isolatie. Armoede lijdt vaak ook tot ongezond leven. Patat is goedkoop en het vult, groente en fruit is duur. Armoede betekent ook wat voor de toekomst van je kinderen. Welke ouder kan alle studiekosten voor het hoger onderwijs nog ophoesten? Jongeren moeten maar hopen werk te vinden, of zich in de schulden steken om door te kunnen leren.

Armoede belemmert het herstel van mensen. Dat wil zeggen dat het ons belemmert om de regie over ons eigen leven te krijgen en het leven te leiden dat we graag willen leiden. Armoede kan ook het geloof in je eigen kracht ondermijnen. Je kan gaan denken dat het allemaal je eigen schuld is, dat je er nooit uit zal komen, dat je een mislukkeling bent en minder waard bent dan andere mensen die het zo mooi voor elkaar hebben. Maar dat hoeft niet zo te zijn dat armoede je eronder krijgt. Het gebeurt meestal juist als je alleen blijft staan, als je op jezelf teruggeworpen blijft.

Want soms komt er ook iets moois voort uit armoede. Onderlinge steun, onderlinge solidariteit. Niet zelden wordt rookwaar op gesloten afdelingen in de psychiatrie gemeenschappelijk bezit. Zo helpen we elkaar de nicotineverslaving door. Mensen helpen elkaar met tips en praktische steun. Is je stroom afgesloten? Je mag wel wat van mij aftappen. Heb jij wat tomaten uit je tuintje over? Ik heb sla, laten we ruilen. Ook nu gaan mensen op zoek naar collectieve oplossingen voor hun armoede probleem.

Ik ben er van overtuigd dat mensen die te maken hebben met armoede ook vroeg of laat de barricaden weer op zullen gaan, net zoals dat tijdens vroegere crises het geval was. Om collectief op te komen voor het recht op een fatsoenlijk inkomen, op werk en op een goed leven. Want armoede zou in een zo rijk land als Nederland niet meer mogen bestaan. Dat begint bij bewustzijn, dat armoede niet de schuld is van mensen die in armoede leven, maar een maatschappelijk probleem is. Waar we met zijn allen tegen moeten knokken om het de wereld uit te helpen.
Afdrukken

In the ghetto

Geschreven door Ingrid Correljé.

Het woord ghetto roept meestal associaties op met bijvoorbeeld de Bronx in de Verenigde Staten of sloppenwijken in de Derde Wereld, niet zozeer met de slaapstad Capelle aan den Ijssel. Toch heb ik zelf het gevoel, daar enige jaren in een getto te hebben gewoond. En wel het psychiatrisch ziekenhuis Bavo Capelle.

De Bavo Capelle, ook wel locatie Poortmolen genoemd, ligt middenin een rustige buitenwijk. Daar wonen tweeverdieners in eengezinswoningen, met één of twee auto’s voor de deur waarmee ze naar hun baan gaan en een goed inkomen verdienen.
In het ghetto Poortmolen had niemand een koophuis, een auto of een baan. Men had vaak niet eens een vloeitje voor een shaggie, dus daar werd druk in gebietst. Met een vloeitje kan je namelijk uit oude peuken die je uit de asbak vist toch nog iets bouwen dat gerookt kan worden. Wat het met je zelfrespect doet als je in vieze asbakken moet graaien, laat ik aan je verbeelding over. Maar van het krappe zak- en kleedgeld deed je niet veel als lang verblijfcliënt, zeker als er ook nog schulden waren.

Sommige mensen verbleven een aantal maanden in het getto Poortmolen, maar veel mensen woonden er voor langere tijd, voor jaren en jaren zelfs, als lang verblijf cliënten. In het getto Poortmolen liepen ook niet-ghettobewoners rond: de hulpverleners. Die vaak een koophuis, een auto en een goed inkomen hadden. Zij waren ook de enigen die sigaretten kochten in het ghettowinkeltje. Wij bewoners kochten shag van het goedkoopste soort. Als we geld hadden.

Net als ghettobewoners in de Brons maakten wij elkaar soms het leven zuur, maar soms waren we ook solidair met elkaar. Het kwam voor dat een wat meer vermogende bewoner misbruik maakte van een lotgenoot, en sexuele diensten van haar kocht in ruil voor een pakje shag. Maar aan de andere kant was rookwaar meestal een soort gemeenschappelijk bezit. Wie wat te roken had, deelde dat; wie niets had, bietste.
GGZ-instellingen ontmoedigen nogal eens bietsgedrag of verbieden het zelfs. Daarmee gaan ze naar mijn mening voorbij aan het positieve van bietsen, van solidariteit tussen mensen die weinig hebben.

Als iemand een brandgat in je kleding opliep, had die vaak geen geld voor iets nieuws – of besteedde het liever aan een pakje shag. Als de zitbank in de gemeenschappelijke woonkamer onder de brandgaten zat, werd die niet vervangen, of maanden later. Vanwege het krappe budget van het ziekenhuis was er nooit geld voor een vakantie of een uitstapje, zelfs niet voor een koekje bij de koffie. In plaats van een eengezinswoning hadden wij de beschikking over een piepkleine kamer waarvan je niet eens een sleutel had.

De kloof tussen ons ghettobewoners aan de ene kant, en de hulpverleners en wijkbewoners aan de andere kant, gaf mij een gevoel van vervreemding van de maatschappij. Wij waren tweederangs- of derderangsburgers, te midden van mensen die redelijk welvarend waren. Wij zaten klem in de marge van de maatschappij, in plaats van dat we gelijkwaardige en gewaardeerde burgers waren.

Dat is niet goed voor je zelfrespect. En laat zelfrespect nou net zo belangrijk zijn voor je herstel. Het wonen in een psychiatrisch ziekenhuis dat aanvoelt als een ghetto belemmert naar mijn mening dan ook dat herstel. Daar zouden beleidsmakers eens aan moeten denken voor ze met onzalige plannen komen zoals het verlagen van de bijstandsuitkering of het invoeren van een eigen bijdrage bij opname.

En wat kunnen wij zelf doen? Elkaar steunen, en flink van elkaar blijven bietsen. En heel hard roepen dat we mensen zijn, die beter verdienen dan een ghetto en het recht hebben op een zinvol bestaan, zonder armoede.

Afdrukken

Een gesprek over geldgebrek en armoede

Geschreven door Barbara Veger.

Tijdens een herstelwerkgroep in november hebben we het thema geldgebrek en armoede besproken. Hieronder volgt een kort verslag.

Iedereen was het er over eens dat geldgebrek invloed op je leven heeft. Zo zei een deelnemer, dat je als je weinig geld hebt je niet wat kan gaan drinken op een terrasje. Je hebt dan niet de mogelijkheid, om op die manier meer onder de mensen te komen. Een ander zei, dat je veel dingen die je ontspanning geven niet meer kunt doen, zoals een museum bezoeken of uit eten gaan. Geldzorgen kunnen ook psychische problemen veroorzaken. Een deelnemer vertelde, dat hij door geldzorgen depressief was geworden in het verleden. Deurwaarders die achter je aan zitten, kunnen je veel stress geven.
Weinig geld hebben is ook slecht voor je eigenwaarde, zo vertelden een aantal mensen. Je wilt toch je eigen geld verdienen, en voor je gezin kunnen zorgen. Als je dat niet kan, krijgen sommige mensen een schuldgevoel en schamen zij zich, ook al kan je er niets aan doen dat je niet werkt. Een deelnemer zei ook, dat hij zich zou schamen als hij anderen voor zich zou moeten laten betalen of trakteren.
Er kwam ook naar voren dat armoede relatief is: als je om je heen ziet dat veel mensen meer luxe dan jij hebben, of je ziet reclames voor allerlei dure producten die je niet kunt kopen, dan voel je je arm. Vroeger was het toch anders, toen hadden heel veel mensen weinig geld en was het “normaal” om arm te zijn. Je schaamde je er niet voor. Nu kan het zo zijn, dat je buren aardig wat meer hebben dan jij, en je zoontje uitnodigen om mee te gaan naar een tropisch zwemparadijs, terwijl jij daar het geld niet voor hebt. Dan doet het pijn om “nee” tegen je zoontje te moeten zeggen.
Werk hebben is belangrijk vanwege het inkomen, maar ook om het gevoel te hebben ergens van deel uit te maken, ergens bij te horen. Maar veel mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben geen werk. Eigenlijk zouden er meer banen moeten zijn, zodat mensen uit de armoede komen en zich deel van de maatschappij voelen.
Het zijn moeilijke tijden met de economische crisis. We zullen elkaar moeten steunen, dat kan bijvoorbeeld door tips uit te wisselen hoe je met weinig geld rond kan komen. Op deze website vind je regelmatig dergelijke tips onder het kopje “Krap bij kas”.