Afdrukken

Herstel als proces

Geschreven door Hilko Timmer.

Ik kan hier uitleggen met heel veel woorden, dat herstel een reis is en dat het om het proces gaat, maar het wordt duidelijker, als ik dat uitleg aan de hand van een het voorbeeld van mijn eigen ontdekkingsreis.

Na een lange periode van depressies en vooral angstgevoelens kwam ik in opname terecht. Daar kreeg ik medicatie voorgeschreven die mijn klachten wel onderdrukten, maar die medicijnen konden niet mijn leven weer opbouwen. Dat moest ik voornamelijk zelf ter hand nemen. Ik heb veel steun gehad van anderen in dit proces en nog steeds, maar ik heb ook veel zelf ontdekt. Een aantal van die ontdekkingen zal ik hier beschrijven.
Ik was in het begin na opname constant moe. Ik sliep enorm veel, maar al dat slapen leek geen vruchten af te werpen. Ik ben eens gaan nadenken over waar ik nu eigenlijk plezier aan beleef en waar ik van tot rust kom. Dat moest ik echt kritisch doen en heel goed naar mijn eigen gevoelens kijken. Films kijken vond ik bijvoorbeeld erg leuk, maar ik had toch vaak een onrustig gevoel na een film. Ik bleef meestal lang wakker 's avonds, omdat ik me in de late avond beter voelde. Toen ik ging nadenken waarom dat zo was, kwam ik erachter, dat het mij goed doet om te merken dat 's avonds de wereld stilvalt. Mensen lopen niet meer gehaast naar hun werk of naar de winkel, er rijden minder auto's op de weg en er heerst een algemene sfeer van stilte en rust. De wereld voelde voor mij druk en ik ben er werk van gaan maken om mezelf elke dag weer te herinneren, dat de wereld niet alleen maar druk is. Er is ook rust en dat zie je heel goed in de late avond. Tegenwoordig ga ik geen avond meer naar bed zonder eerst een korte wandeling te hebben gemaakt, meestal rond een uur of 11. Tijdens die wandeling geniet ik bewust van de stilte en rust om me heen en dat geeft me een ontspannen gevoel. Ik heb ontdekt, dat als ik met een ontspannen gevoel ga slapen ik ook met een ontspannen gevoel wakker word. Dan kan ik de dag beter aan.
Daarnaast heb ik mijn oude interesses weer opgepakt. Ik had biologie en natuurkunde gestudeerd en dat was niet voor niets. Ik vond beide vakken enorm interessant en ik genoot ervan om erover te leren en ermee bezig te zijn. Werken in de wetenschap ging me niet goed af. Er was veel te veel werkdruk en veel te veel concurrentie. Nu werk ik niet meer als bioloog of natuurkundige, maar ik lees wel als ontspanning veel vakliteratuur en ik houd de ontwikkelingen bij op het gebied van ruimtevaart en sterrenkunde. Ik vind het nog steeds enorm interessant en ik geniet nog steeds van het leren over deze vakken, maar ik heb niet meer de druk van het werk in de wetenschap.
Een laatste belangrijke ontdekking die mijn herstel bevorderd heeft is de ontdekking van mijn grenzen en hoe belangrijk het is die te bewaken. Ik kan niet tegen drukte. Te veel mensen om me heen vermoeit me en daar krijg ik uiteindelijk last van. Als er dus een familie- of vriendenfeestje is, ben ik daar niet langer bij, dan ik aankan op dat moment. Zodra ik voel dat de drukte om me heen mij te veel wordt, ga ik naar huis. Soms duurt dat wel een paar uur, maar soms ben ik niet langer dan een half uur op een verjaardag. Mijn familie en vrienden zullen dat moeten accepteren. Dat is niet een eenvoudig proces geweest, maar ik heb mezelf het grote belang van deze grenzen wel weten aan te praten en ik merk, dat ik op deze manier met veel minder spanning naar allerlei bijeenkomsten ga. Zorg dat er een uitgang is, dat is mijn advies aan mezelf en daar houd ik me strak aan.

Herstel komt van het engelse woord recovery, dat herstel betekent. Ik heb ooit iemand horen zeggen: "recovery is een verkeerd woord, het had discovery (ontdekking) moeten heten" en zo ervaar ik mijn eigen herstel ook.

Afdrukken

Ik had een eetstoornis.

Geschreven door Ginger van Toor.

Van mijn 16e t/m mijn 23e heb ik geleden aan een eetstoornis. Eten, niet eten, calorieën tellen, bewegen, in de spiegel kijken; het was een verslaving. Daarbij had ik last van depressieve klachten. Pas na zes jaar heb ik hulp gezocht voor mijn probleem. Aanleiding hiertoe was dat het tussen mijn vriend en mij door mijn problemen niet meer lekker liep. Ik wilde onze relatie niet op het spel zetten en ik was al het gedoe rond eten en het somber zijn meer dan zat. Ik ging in dagbehandeling. Buiten één-op-één gesprekken zat ik in een therapiegroep met meiden die soortgelijke problemen op het gebied van eten ervaarden. Dit was voor mij een verademing, omdat ik eindelijk met mensen kon praten die wisten waar ik het over had. Ik werd begrepen.
Door mijn therapie heb ik mijn school (SPH aan de Haagse Hogeschool) tijdelijk stil moeten leggen. Ondanks dat ik maar één dag in de week in therapie was, was het in werkelijkheid elk moment van de dag dat ik met therapie bezig was. Thuis moest ik namelijk toepassen wat ik op die ene dag per week meekreeg. Het was te intensief om me ook nog met school bezig te houden.
Na anderhalf jaar therapie werd ik genezen verklaard. Ik verliet de therapiegroep (nu zo'n 2,5 jaar geleden). Wel bleef ik eens in de zoveel tijd gesprekken houden met een psychiater (voor mijn anti-depressiva) en met een psycholoog (voor de restjes). Deze gesprekken heb ik afgelopen zomer afgerond. Ik ben van mijn medicatie af, hoewel ik af en toe nog wel last heb van depressieve episodes. Maar ja, dat hoort gewoon bij mij denk ik. Ik kan er heel goed mee leven.
Na het afronden van de therapie voor mijn (voormalige) eetstoornis, heb ik mijn school weer opgepakt. Ik ben afgestudeerd op het onderwerp 'Eetstoornissen & Preventie'. Om mijn motivatie voor dit onderwerp aan mijn (toenmalige) klasgenoten uit te leggen heb ik het onderstaande filmpje gemaakt met mijn vriend. Zelf speel ik hierin de hoofdrol. De muziek in het filmpje is het nummer 'Ana's song (Open fire)' van de band 'Silverchair'. De zanger van deze band zingt in dit nummer over zijn eigen worstelingen met de eetstoornis anorexia nervosa.

Afdrukken

Leven met en voorbij de verslaving.

Geschreven door Ingrid Correljé.

Ik ben geboren op 15 mei 1969 in Utrecht als jongste van 6 kinderen.
Op mijn vierde ben ik naar de kleuterschool gegaan om vervolgens naar de lagere school te gaan waar ik altijd gepest ben.
Op de middelbare school is het pesten doorgegaan, dit heeft in mijn leven een behoorlijke invloed gehad, dit uitte zich door onzekerheid en zeer weinig zelfvertrouwen.
De band met mijn vader was heel erg goed, met mijn moeder was de band minder.
Nu ik ouder ben en zelf het een en ander mee heb gemaakt, begrijp ik waarom mijn moeder zo deed als zij toen heeft gedaan.
Na mijn eindexamen ben ik bij Albert Heijn gaan werken om vervolgens een jaar in het klooster te gaan wonen, werken en leren.
Na diverse baantjes te hebben gehad ben ik in de ochtenden bij de thuiszorg gaan werken en in de middagen in een verpleeghuis.
Ik kreeg een aanbod om de opleiding voor voedingsassistente te gaan doen, deze heb ik met goed gevolg doorlopen.
Ik werkte op een afdeling met dementerende ouderen, zwaar maar heel leuk om te doen.

In dezelfde tijd ben ik vrijwilligerswerk gaan doen bij het Rode Kruis, ik heb daar mijn ex-man leren kennen.
We hebben na een half jaar een huis gekocht dat is opgeknapt door familie en zijn gaan samenwonen.
In maart 1994 kreeg mijn vader gezondheidsklachten en bleek dat hij acute leukemie had.
Na anderhalf jaar vechten is hij in 1995 overleden.
In 1994 kregen wij het heugelijke nieuws te horen dat mijn schoonzusje zwanger was, echter na achtenhalf zwangerschap is het meisje overleden.
In 1997 kregen wij weer een klap te verwerken, mijn broer waar geen contact meer mee was, bleek in een verpleeghuis te zijn overleden aan de gevolgen van Huntington.
Tussen mijn ex en mij ging het ook niet goed, wij waren in 1995 allebei gokverslaafd.
Ik vergokte mijn hele maandsalaris, ik heb echter geen schulden gemaakt.
Mijn ex had een schuld van 30.000 gulden opgebouwd, deze heb ik door bijbaantjes te nemen in anderhalf jaar tijd met behulp van mijn ex-schoonzusje weten af te lossen.
We hadden hier veel ruzie over, ook over zijn overmatig drankgebruik.
Hij maakte dan grapjes over mijn rug, ik liet dat toe omdat ik bang was om hem kwijt te raken, ik werd hier nog onzekerder van en kreeg steeds minder zelfvertrouwen.
Ook lag hij niet goed bij vrienden en familie, achteraf bleek na het overlijden van mijn moeder dat hij bij haar ook grote bedragen buiten mijn weten om heeft geleend.
Ik merkte door alles dat ik steeds meer begon te drinken, ik wilde mijn ogen ervoor sluiten en niet de pijn te voelen wat hij mij aandeed.
Ik begon ook op mijn werk te drinken en alcohol te stelen op mijn werk.
Nadat ik betrapt met een fles in mijn tas, ben ik van de afdeling afgehaald en in de linnenkamer gaan werken waar ik een leuke tijd heb gehad.
Ik had een half jaar de tijd om een andere baan te vinden, dat is me gelukt, ik ben in een ander verpleeghuis in Doorn als flexwerker met een vast contract gaan werken.
Ik ben daar de zorg ingegaan, mensen wassen, aankleden, etc.
Ik draaide daar ook nachtdiensten.
Na een goede financiële periode ging het weer bergafwaarts, ook met onze relatie en hebben wij ons huis moeten verkopen.
Nadat ik anderhalve maand in de zusterflat in Doorn heb gewoond en mijn ex bij zijn ouders kregen wij een flat in Zeist aangeboden.
Ik heb het daar nooit naar mijn zin gehad en begon steeds meer te drinken.
Onder invloed van mijn ex en de alcohol heb ik het contact met mijn moeder in 2004 verbroken, ook al realiseer ik me dat ik zelf ook mijn aandeel erin gehad heb.
Ik kreeg niet lang daarna van mijn nichtje te horen dat zij in het ziekenhuis lag en ongeneeslijk ziek was, ze had eierstokkanker.
Op het moment dat ik naar haar toe wilde, heeft zij, terecht, te kennen gegeven dat zij mij niet wilde zien.
In oktober 2004 kreeg ik te horen dat zij was overleden.
Ik ben niet op haar crematie geweest, mijn broer en zus hebben te kennen gegeven dat zij geen contact meer met mij wilde.
Ik ben om de pijn te verzachten steeds meer gaan drinken, ik dronk op het laatst 4 flessen bessen of 2 flessen vieux per dag.
In 2005 ben ik door het drinken heel erg ziek geweest, Het drinken is letterlijk bijna mijn dood geworden.
Ik heb een maand niet gedronken, al was dat meer voor mijn ex dan voor mijzelf.
Echter, ik dacht wel een glaasje te kunnen drinken maar binnen een week was ik weer terug bij af.
Omdat ik het financieel niet kon bolwerken ben ik gaan stelen in winkels en geld van bewoners gaan stelen.
Ik ben toen opgepakt wegens diefstal bij een supermarkt en kreeg een winkelverbod maar ging gewoon door.
In oktober 2005 heb ik een waarschuwing op mijn werk gekregen omdat ze een vermoeden hadden dat ik had gestolen.
Intussen ging het financieel niet goed en dreigde we weer ons huis uitgezet te worden, wij hadden inmiddels een schuld van €53.000 opgebouwd.
Wij hebben ons aangemeld voor de WSNP en zijn op 6 december 2005 toegelaten wat voor ons een stukje rust gaf.
Echter onze relatie werd steeds slechter en we hadden alleen maar ruzie over elkaars alcoholgebruik
In maart heb ik de moed bij elkaar geschraapt en heb besloten om bedrijfsmaatschappelijk werk in te schakelen, helaas kwam dat te laat.
Ik werd op het kantoor van P&O geroepen en daar zat de bedrijfsrecherche.
Er zat niets anders op dan te bekennen dat ik geld had gestolen van bewoners en ben op staande voet ontslagen.
Ik heb nog schoonmaakwerk gedaan, maar ben gewoon door blijven drinken.
Ik ben ook nog voor de tweede keer opgepakt vanwege diefstal en heb een bekeuring van €250 gekregen.
Ik heb de stap genomen om te scheiden en op 18 april 2006 ben ik door mijn ex het huis uit gezet, dit was voor mij aanleiding om te stoppen met drinken.
Ik kwam bij het maatschappelijk werk in Zeist terecht, hun konden mij echter niet helpen; ik was niet geslagen, ik was vrouw en in hun ogen, terecht, nog alcoholist.
De nacht heb ik doorgebracht in het bos in Zeist, recht tegenover m’n huis.
De dag erop kwam ik bij weer bij het maatschappelijk werk in Zeist terecht en hun hebben mij uiteindelijk doorverwezen naar Centrum Maliebaan waar de volgende dag terecht kon bij de verslavingsarts en een hulpverlener Rob Jansen.
De nacht heb ik doorgebracht in Hoog Catharijne.
Op de dag zelf ben ik naar Centrum Maliebaan gegaan en ik kwam terecht bij de verslavingsarts en ik kreeg van de verslavingsarts Librium om rustig te worden, ik liep op dat moment met de gedachte rond om van de flat te springen of voor de trein te springen, voor mijn gevoel had ik geen toekomst meer.
De hulpverlener heeft mij enorm geholpen om te kijken of er een plek bij een crisisopvang was en kwam in de middag met het verlossende woord, er was een plek vrij!
Ik ben op 20 april als crisisopname opgenomen in Spinoza(Centrum Maliebaan)in Den Dolder, ik kan me van de 6 dagen die ik daar heb gezeten niet veel meer herinneren, het is alsof ik daar een black out heb gekregen.
Aansluitend naar de Detox(Ontwenningskliniek,CMB)waar ik met mijn verslaving aan de gang ben gegaan, ik slikte daar ook geen librium meer.
Ik heb het progamma goed weten te doorlopen als was het zeker niet makkelijk maar door het praten met de mensen die daar ook waren opgenomen werdt het wel wat makkelijker voor me.
Ik ben weer terug gegaan naar Spinoza, long care en heb daar 3 maanden gewoond, helaas wilde zij mij weer librium geven, dit zou beter voor mij zijn maar ik heb dit geweigerd omdat ik 5 weken al geen Librium meer slikte, dit viel niet in goede aarde bij hun maar ik heb toch doorgezet en ben het niet gaan slikken.
Ik ben ook begonnen met vrijwilligerswerk in een sociaal cultureel centrum de Wissel begonnen waar het al snel goed ging en ik kreeg plezier in mijn werk.
In de drie maanden dat ik in Den Dolder zat heb ik gedaan alsof er niets was gebeurt en ik dacht dat ik verder met mijn leven kon daar waar ik voor mijn verslaving en relatie was gebleven.
Na 3 maanden kreeg ik het heugelijke nieuws dat er een plek vrij was bij de Tussenvoorziening de Bolks Beek in Utrecht, ik hoefde daar niet lang over na te denken!
Toen ik daar eenmaal gesetteld was en de scheiding en de uitkering waren geregeld en ik tot rust kwam ben ik pas gaan nadenken wat voor puinhoop ik van mijn leven heb gemaakt, alleen twee goede vriendinnen die mij door dik en dun hebben gesteund.
Geen familie, weinig tot geen contact met andere vrienden, er kwamen gevoelens naar boven waar ik geen raad me wist, deze heb ik altijd weggedronken.
Dit uitte zich in boosheid, met deuren slaan, niet willen praten, iedereen negeren.
Dit was voor mij maar ook voor mijn omgeving geen makkelijke periode, mijn mentor heeft in die tijd heel veel geduld met mij gehad en bleef met mij in gesprek wat mij goed heeft gedaan en langzaam won ze mijn vertrouwen.
Er waren echter ook begeleiders die vonden dat ik me niet moest aanstellen, als ik met de deur van mijn kamer liep te slaan kwamen ze ongevraagd binnen zonder te kloppen en vroegen of ik dat niet meer wilde doen zonder te vragen wat er eigenlijk aan de hand was.
Ook realiseerde ik me dat ik voor een groot deel zelf verantwoordelijk was voor de situatie waarin ik zat, ik wist dat ik andere keuzes had kunnen en misschien wel moeten maken.
Ik heb de cursus assistent activiteitenbegeleiding gedaan en heb bij afwezigheid met veel plezier de Wissel overgenomen en cliënten met heel veel plezier begeleid en gestuurd.
Dit viel op bij mijn teamleider en hij vond dat er meer inzat dan wat er uit kwam en we hebben samen gekeken met de trajectbegeleider en mijn mentor van de Bolks Beek om het reintrgatietraject in te gaan en eventueel een opleiding te gaan volgen.
Dit heeft geresulteerd in de opleiding ervaringsdeskundige, omdat ik mijn negatieve ervaringen om wil zetten naar een positief iets, andere mensen laten zien als je er voor gaat, het ook lukt ook al is het niet makkelijk.
Ik ben stage gaan lopen bij Altrecht talent in een activiteitencentrum,. Dit was echter niet mijn ding en ik heb besloten om naar een andere stageplek te gaan kijken en kwam bij Bureau Herstel, SBWU terecht.
Hier ben ik in januari 2009 begonnen en inmiddels is er een vooruitzicht op een vaste baan.
In maart 2007 kreeg ik te horen dat mijn broer en zus weer contact wilden met mij.
Dit was wat ik ooit had gehoopt maar nooit had durven dromen.
Ik heb de eerste stap gezet en contact opgenomen met hun.
Er is veel uitgesproken en het contact gaat tot op heden heel erg goed!
Ook oude vrienden die ik door het drinken kwijt ben geraakt heb ik weer terug maar er zijn ook nieuwe vriendschappen ontstaan door het forum van Vriendin waar ik in 2006 terecht ben gekomen.
Maar ook in het buurtcentrum De Nieuwe Jutter, ik doe daar sinds september 2008 vrijwilligerswerk met heel veel plezier!
Ook heb ik in december 2008 de schone lei gekregen van de WSNP, weer een stukje verleden afgesloten!
Ik heb een jaar bij de AA gezeten wat mij heel veel heeft geholpen, ik heb voorlichting gegeven in de Detox en ben meegegaan naar crisissituaties.
In september vorig jaar heb ik besloten om een time out te nemen van de AA omdat ik het idee had dat ik niet meer kwijt kon wat ik wilde, in april van dit jaar heb ik besloten om definitief niet meer te gaan en te stoppen met voorlichting geven in de Detox.
In februari 2008 ben ik verhuist naar een groepswoning van de SBWU, dit ging niet goed, er was geen klik met medebewoners en er was een constante spanning in huis.
In juni 2008 ben ik verhuist naar een 1persoonswoning, dit ging vanaf het begin goed en in november vorig jaar kwam er ter sprake om een urgentie aan te vragen voor een zelfstandige woning.
Ik wilde daar nog over nadenken omdat ik veel moeite heb met veranderingen en na alles op een rijtje te hebben gezet is er in januari besloten om nu wel een urgentie aan te vragen en deze heb ik in maart dit jaar gekregen.
Na actief te hebben gereageerd op Woningnet heb ik in augustus een 4kamerflat toegewezen gekregen.
Dit was voor mij een hele grote stap, voor het eerst echt helemaal zelfstandig wonen, zou ik het redden, zou ik geen terugval krijgen nu ik verder weg zit van de begeleiding?
Maar wetende dat ik altijd een beroep kan doen op de begeleiding van de SBWU, mijn casemanager van Centrum Maliebaan, mijn familie en mijn vrienden ben ik ervoor gegaan.
Tijdens het opknappen van het huis en spullen kopen heb ik regelmatig gedacht;”Waar ben ik aan begonnen?”
Op 22 september ben ik verhuist en ondanks een periode van wennen kan ik nu zeggen; “Ik kom thuis!”
Inmiddels ben ik 25 juni dit jaar afgestudeerd voor mijn SPW4 met Ervaringsdeskundigheid en druk bezig om een leuke baan te vinden als woonbegeleider!
Ik heb meegewerkt aan een project van GGZ Nederland, 1opde4.nl.
1 op de 4 Nederlanders heeft een psychische aandoening, op de website is te zien hoe je kan leven met je psychische aandoening en/of verslaving of hoe het is om in de GGZ te werken.
Ben je benieuwd naar mijn filmpje?Kijk dan op; www.1opde4.nl
Klik op onze verhalen, dan op de televisie met de dame met lang krullend haar en een groen shirt aan!

Afdrukken

De moed om er te zijn.

Geschreven door Martijn Kole.

Het leven met mijn psychische kwetsbaarheid is voor mij lang een strijd geweest tegen de angst. Dit verhaal gaat over angst, angst om mijzelf te zijn en de moed die het kost om die angst te overwinnen. Daarbij hebben mijn herstelpogingen een belangrijke rol gespeeld. Het creëren van een nieuw perspectief, werken aan mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen. Dat doe je niet van de ene op de andere dag, daar gaat veel tijd overheen. Ook doe je dat niet in je eentje, ik heb daar anderen voor nodig gehad.
Hoe kun je bouwen aan je leven, waarin angst om te bestaan vervangen wordt door moed om te zijn? Wat versta ik onder moed om te zijn?
Ik zal proberen duidelijk te maken dat er leven is na de psychiatrie. Dit doe ik aan de hand van mijn ervaringen met de angst om mens te zijn en hoe mijn herstel heeft geholpen die te overwinnen.
Angst om te zijn
In mijn leven heeft angst altijd een grote rol gespeeld. Angst om te falen, angst om alleen te zijn, angst om me te binden, angst om zwak te zijn en angst voor het onbekende. Aan deze angsten ligt een diepgeworteld trauma ten grondslag. Om te overleven met al deze angsten heb ik mijn leven lang geknokt voor wat ik waard was. Een ware overlevingsstrijd. Van een normale ontwikkeling tot een zelfstandig mens met eigenwaarde was dan ook geen sprake.
Maar ik kwam pas echt in de problemen toen ik op mijzelf moest staan, in de periode dat ik als schoolverlater ver van mijn ouderlijk huis ging studeren. Voor veel jonge mensen is dat een onzekere periode. Voor mij was het meer dan een onzekere periode, het was het begin van het einde van mijn oude leven. Alle angsten die ik had werden opeens heel tastbaar. Zo werd ik bang voor sociale contacten, naast mijn angst om alleen te zijn en om te falen. Maar vooral was ik bang voor het onvermijdelijke, dat ik in elkaar zou storten. Dat gebeurde dan ook, ik werd depressief, psychotisch en kon niet langer studeren. Na twee studies in vier jaar tijd werd ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
Even was ik blij dat ik niet langer tegen de angsten hoefde te vechten. Niet langer bang hoefde te zijn om de verwachtingen van mijn omgeving te beschamen. Ik mocht eindelijk zwak zijn, ik was immers ziek. Maar na een jaar te hebben geleefd in een inrichting, had ik mijn identiteit van jong mens met dromen ingeruild voor die van een patiënt van de langdurige zorg. Ik ben beschermd gaan wonen en de jaren die daarop volgden heb ik alle therapieën gehad die je maar kunt bedenken.
Je zou misschien denken dat al deze psychiatrie wel moet hebben gezorgd voor een gezondere Martijn. Ik kan u snel uit deze droom halen. Ik was zieker dan ooit te voren, mijn leven bestond uit het in stand houden van het beschermde bestaan als psychiatrische patiënt. Ik leed een lethargisch bestaan van therapie via pillen weer naar therapie. Dat was wat ik geworden was, een Martijn met als grootste angst: te leven. Ik vegeteerde en was afhankelijk van de zorg die mij werd geboden

Herstel
Dat ik desondanks nu niet aan het wegkwijnen ben op een langverblijf-afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis heeft alles te maken met herstel. Herstel is niet genezen; ik ben niet genezen van mijn psychische kwetsbaarheden. Ik heb ermee leren omgaan.
Het in aanraking komen met de werkgroep herstel in Utrecht zes jaar geleden heeft mij doen inzien dat ik het over een andere boeg moest gooien. Deze werkgroep was een zelfhulpgroep. Het woord zegt het al: jezelf helpen. Dat is wat ik moest doen: niet langer verwachten dat de hulpverleners mij zouden redden, maar zelf gaan werken aan een nieuwe Martijn met de bestaande ingrediënten.
De winst die deelname aan deze werkgroep mij heeft opgeleverd heb ik voor een belangrijk deel aan mijn groepsgenoten te danken. Zij hielden mij als ervaringsdeskundigen een spiegel voor. Door met hen ervaringen te delen begon mij duidelijk te worden dat ik méér was dan die psychiatrische patiënt. Dat ik kon afrekenen met de angsten die ik had om te zijn wie ik ben. Immers: voor hen was ik niet een kwetsbaar persoon in de marge van het bestaan. Ik was net als zij, een mens met een geschiedenis, maar vooral met een toekomst. Samen hebben wij verhalen geschreven en ervaringskennis gedeeld die wij hebben opgebouwd door de jaren heen.
Door ervaringen te delen had ik niet langer het gevoel dat ik de enige was die een gebroken bestaan heeft gehad. Door aan deze groep deel te nemen kreeg ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik veilig was. Ik was niet vreemd, ik mocht mens zijn met alles erop en eraan. Dat was nieuw voor mij. Door met elkaar verhalen te delen kreeg mijn geschiedenis waarde, het deed ertoe wat ik had doorleefd. Zo kon ik afrekenen met aloude angst, angst dat ik er niet mag zijn.
Ik ben er nog lang niet; het leven blijft hard werken. Kwetsbaarheden verdwijnen niet als sneeuw voor de zon. Maar ik heb van mijn kwetsbaarheid een uitdaging gemaakt door te werken als een ervaringsdeskundige. Ik ben gaan werken bij de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht, waar ik woonbegeleiding van krijg. Samen met mijn collega’s probeer ik zo veel mogelijk medecliënten in aanraking te brengen met herstel. Daar is moed voor nodig, moed om jezelf te durven zijn, ook naar anderen toe.

Moed om te zijn is moed om je angsten te overwinnen, om jezelf te blijven en vandaaruit te leven. Moed om te laten zien wie je bent met je zwakke en sterke kanten.
Ik ben een andere Martijn dan drie jaar geleden. Ik ben zelfbewuster, ik probeer af te rekenen met tien jaar psychiatrie. Ik ben Martijn die de moed heeft om te zijn.