Afdrukken

Psychoses op straat

Geschreven door Nick Hibberd.

Ik hoorde laatst een bericht van een man op Utrecht centraal die was verward. Mijn bron melde mij dat er geen sprake was van een gewelddelict, de openbare orde was wel verstoord en dat er een hele grote groep omstanders stonden te kijken. Ook weten we dat er veel wordt bezuinigd in de psychiatrische hulpverlening en andere welvaartsvoorzieningen. Een opname in een psychiatrisch kliniek is vaker niet mogelijk om overcapaciteit te voorkomen. Een politiecel met open deur is steeds vaker een noodoplossing voor de opvang van verwarde mensen. Welvaartsvoorzieningen kiezen steeds vaker voor minder arbeidsintensieve oplossingen.

Men zou boos kunnen worden, boos over bezuinigingen, boos op verwarde mensen, boos op omstanders die iemand die is verward niets gunnen. Alleen denk ik dat het meer vruchten afwerpt om hier constructief in te gaan staan. Iemand die zich vooral laat ingeven door economische motieven zou kunnen zeggen dat we in Nederland té, lang téveel geld hebben gestopt in vooral welvaartsvoorzieningen waardoor mensen afhankelijk zijn geworden. Vanuit dezelfde hoek zou iemand kunnen beredeneren dat er té weinig participatie wordt gestimuleerd.

Economie is niet onbelangrijk, een sterke economie betekent ook dat welvaartsvoorzieningen, veiligheidsvoorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg haalbaarder worden. Alleen zijn mensen met een psychiatrische aandoening altijd al afhankelijk geweest. In de jaren '50 kon iemand met een geconstateerde psychiatrische aandoening, van licht tot zwaar, van gewelddadig tot té kwetsbaar, levenslang worden opgesloten in een kliniek zonder psychosociale behandeling en bedwelmd met zware medicijnen. Door deze medicijnen kregen mensen motorische stoornissen vergelijkbaar met Parkinson. Medicijnen zijn verbeterd, behandelingen zijn verbeterd echter zijn er nog casuistieken waar uitingen van verwardheid onoverkoombaar zijn.

Als iemand nou af en toe verward is, wild met diens armen zwaait, schreeuwt maar het blijft daar ook bij. Dan is dit volgens mij niet genoeg reden om iemand levenslang te verwijderen van de maatschappij. Rationalistisch gezien levert het zien en horen van een verward mens op straat weinig negatieve emotie op. Gnosis en speculatie van wat er gaat gebeuren levert bij sommige individuën meer negatieve emoties op dan wat er echt reëel aan de hand is. Is het wel zo realistisch op behulpzaam om een straatbeeld compleet te willen zuiveren van uitingen van verwardheid.

Een professor in de criminologie kan ook weleens slecht hebben geslapen, overdonderd zijn door de stof die die heeft behandeld die dag en op het centraal station van Utrecht 5 minuten verward zijn over hoe die zijn ov-chipkaart moet gebruiken. Een gevangene in een gevangenis voor meerdere kleine vergrijpen kan ook leiden onder de omgangsvormen en cultuur in de gevangenis. Dus er zijn veel gradaties en kwalificaties in het hebben van een psychiatrische aandoening. Ook zijn er veel gradaties en kwalificaties in het in aanraking te zijn geweest met de politie of overlast veroorzaken. Ook zijn er veel gradaties en kwalificaties in verslaving en gebruik van drank of drugs. Maar als je kijkt naar cijfers in Amerika van zware geweldsincidenten in combinatie met zware psychiatrische aandoeningen dan staat dan is dit 3 procent van de opgeloste geweldsincidenten. 97 procent van ernstige geweldsdelicten wordt gepleegd door geestelijk gezonde mensen. Er is eerder een correlatie met drank en drugs gebruik. Dus er is goede reden om je veiliger te voelen in een psychiatrisch ziekenhuis dan bij een voetbalwedstrijd of uitgaansgelegenheden. Toch is voetbal populair, uitgaan is populair en verwarde mensen impopulair.

Deze 3 procent is dus zeer a-typische casuististiek maar toch het meest gerapporteerd, opvallend en geëmotioneerd zowel in fictie als actualiteiten. Wat ik niet weet is of publieke perceptie zich puur en alleen hierdoor laat informeren of dat dit gewoon mijn perceptie is van publieke perceptie. Misschien realiseren mensen zich wel net als ik dat er vaak hele gevoelige, kwetsbare mensen verward kunnen zijn en dat er vaak ook slachtoffers van gewelddelicten en zedendelicten psychiatrische aandoeningen kunnen krijgen. Ook zwaar geweld naar een ander is a-typische casuïstiek in de criminologie. Actualiteiten en fictie over zwaar geweld zijn ook het meest gerapporteerd, opvallend en geëmotioneerd terwijl lang niet elke gevangene gewelddadig is. Er zijn ook punten geweest in de Europese geschiedenis waar mensen téveel het straatbeeld wilde zuiveren van overlast.

Wat je wel vaker ziet in interculturele discussie, in dit geval gaat het over de cliëntenpopulatie in de GGZ, personeel in de GGZ, politie en burger is dat het vaak staak loopt is dat hoe meer gnosis er is over een groep hoe meer er een homogeniteit van een groep wordt ingebeeld. Een cliëntenpopulatie in de GGZ zijn mensen die een diagnose hebben. Wat betreft deze diagnoses zijn er typerende gedragingen die aanwijzen op het stellen van zo'n diagnose. Maar dit betekent niet dat een clienteopopulatie homogeen is en deze gedragingen constant inhibiteerd. Het is net de vraag welke kant je op gaat. Ga je van casuistiek naar diagnose of ga je van diagnose naar verwachte casuïstiek. Van deze tweede denk ik dat het vaak een voorspelling is dat zichzelf waar kan maken. Vaak is het verstandig om meer te baseren op hoop dan geschiedenis. Ook denk ik dat het niet de rol is van een burger om te straffen of te diagnostiseren, het is niet de rol van een GGZ instelling om te straffen in informant te zijn. Life history profiling, racial profiling, diagnostics profiling en charachter profiling in crime prediction zijn denk ik geen betrouwbare bronnen en weet ik illegaal. Dit omdat een cliëntenpopulatie vrij moet kunnen communiceren met personeel. Hoe verder het communicatieveld open gaat tussen criminologie en welvaartsvoorziening en GGZ hoe dichter het communicatieveld gaat tussen welvaartsvoorziening en cliëntenpopulatie en dit is ongewenst. Ook bewijst welvaartsvoorziening effectief te zijn in het voorkomen van recidiviteit. Het is het onderzoeken waard denk ik om te kijken hoe open communicatievelden kunnen leiden tot welvaart of veiligheid denk ik.

Ook als iemand een knie breekt in een ongeluk of andere lichamelijke aandoeningen kan een arts niet zeggen hoe lang het duurt voordat iemand diens werk kan hervatten. Dit wordt een prognose, in prognose zit gnosis. Prognoses van mensen met psychiatrische aandoeningen in het hervatten van werk of bredere sociale inclusie is nog gnotischer dan lichamelijke aandoeningen. En volgens mij kunnen we het hervatten van werk ook niet stellen als voorwaarde voordat iemand bredere sociale inclusie ondervindt. Of dat bredere sociale inclusie als draagvlak zou dienen en het gemakkelijker zou zijn om werk te hervatten.

Ook de transitie van welvaartsvoorzieningen naar participatie is ook lang niet zo zwart wit, hier zijn ook gradaties en kwalificaties in. Mensen met een psychiatrische aandoening zijn in de moderne geschiedenis altijd al afhankelijk geweest van welvaartsvoorzieningen. Is het wel zo realistisch of behulpzaam om een maatschappij compleet te willen zuiveren van welvaartsvoorzieningen of afhankelijkheid. En als de civieke oplossingen afvallen zijn er dan open deuren voor civiele oplossingen. Lang geleden werd welvaartsvoorziening vooral geregeld door familie of de rest van de buurt. Vroege vicieke of collectieve oplossingen waren bijvoorbeeld de kerk of anders ideologisch geinspireerd. Toen kwamen de moderne civieke, geprofessionaliseerde oplossingen waar we nu nog steeds mee te maken. We zien denk ik vooral dat afhankelijkheid van welvaartsvoorziening niet is afgenomen maar vooral gedepopulariseerd. En zijn er überhaupt wel mensen die volledig zelf-voorzienend zijn in hun welvaart. Bouwen we niet allemaal weleens op iemand? Een ondernemer kan zich ook weleens laten bijstaan door een belastingadviseur.

Ik denk dat inclusie in het maatschappelijk proces meer behelst dan sec participatie in een vorm van arbeid. En dat het niet zozeer de vraag is wie verantwoordelijk is voor welvaartsvoorziening maar dat we er allemaal iets voor kunnen doen. Biedt die verwarde man op het station maar een broodje aan, vertrouwen schept vertrouwen.

Afdrukken

Absolutistische ethiek

Geschreven door Nick Hibberd.

Absolutistische ethiek is volgens mij waar een mens categorisch de kosten van alles minimaliseert en de baten bij alles maximaliseert. Zo kan je denken aan zelfzelf, anderen, planten, dieren, dingen in de omgeving en de cosmos. Om te weten wat ten kosten en ten baten is van dezen daar komen alle wetenschappen bij kijken, maar daar komt ook gevoel bij kijken. Mensen worden weleens boos dat herkennen we van elkaar. ik denk dat het beter is om geen beslissingen te nemen terwijl je boos bent. Of geen beslissingen nemen als je heel erg bedroefd bent. Of in ieder geval het niet mijn gedrag laten leiden.

Als ik duurzame vreugde wil genereren dan helpt het misschien om niet boos of bedroefd te zijn. Om dit te bereiken kan ik dankbaar zijn. Dankbaar voor mezelf, dankbaar voor anderen, dankbaar voor dingen in de omgeving, dankbaar voor de cosmos. Ik denk toch dat die emotie dankbaarheid mijn intenties tegenover dezen beter zou leiden.

Ik denk dat dat alle beschikbare bronnen van informatie omschrijvingen zijn van voorgaande status quo's en alle actuele status quo's. Alleen het is lang niet een geheelomschrijving en het is vaak een vertekening van status quo's. Geschiedenis is meer vertekend of gesimplificeerd dan de moderne natuurkunde, biologie of scheikunde. ik denk dat het een goed idee om deze allemaal in te zetten voor constructivistische doeleinden.

Als we actualiteiten en geschiedenis of dagelijks leven willen gebruiken om uit te zoeken wat ten bate is van de mensen, objecten, dieren, planten, de cosmos en wat ten koste daarvan is betekent het misschien het kopiëren van wat helpt en het niet herhalen van dat wat niet helpt.

In het dagelijks leven hou ik het simpel, ik denk soms vanuit een 'just be nice" principe op kleine schaal. De grote wereld daar kan ik misschien niets aan doen.

Afdrukken

Verschraling van de zorg door bezuinigingen

Geschreven door Barbara Veger.

Gevolgen van de bezuinigingen op de GGZ
Persoonlijke ervaringen met de verschraling van de zorg

De laatste jaren zijn wij als cliënten in de GGZ keer op keer geconfronteerd met bezuinigingen. Ook de GGZ-instellingen komen steeds meer in de financiële problemen en daar worden wij eveneens de dupe van. Zelf heb ik dat ervaren toen ik enige tijd geleden opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis de Bavo in de regio Rotterdam.

Ik ben twee keer eerder opgenomen geweest op dezelfde locatie, vele jaren geleden. Vergeleken met vroeger is er wel het een en ander veranderd, soms ook ten positieve. Zo vond ik de bejegening in elk geval minder slecht dan in het verleden. Bijvoorbeeld: nadat ik flink aan de bel had getrokken werd er wel geluisterd naar mijn klachten over wat er allemaal niet goed ging in mijn behandeling. Ook waren er op de afdeling waar ik verbleef tenminste niet zoveel rigide regels, bijvoorbeeld betreft de etenstijden.  Tot mijn verbazing trouwens was dat eten enorm verbeterd vergeleken met het verleden. Maar er is ook veel verslechterd.
Mijn eigen ervaring is, dat deel kunnen nemen aan activiteiten belangrijk is als je opgenomen bent. Op een afdeling zelf gebeurt niet veel, en zonder de mogelijkheid te sporten of creatief/arbeidsmatig bezig te zijn wordt een opname helemaal een uitzichtloze situatie. Waarbij je al snel de dag gaat door brengen met koffie drinken, shaggies roken en voor je uit staren.
Nu waren er die laatste keer dat ik opgenomen was in de Bavo Poortmolen wel activiteiten, maar veel is ingekrompen of helemaal wegbezuinigd. Zo is er bijvoorbeeld nog maar één sporttherapeut voor het hele terrein; is die ziek of op vakantie, dan gaat sport meestal niet door, want begeleiders op de afdelingen hebben er ook niet altijd tijd voor of verstand van.
Het activiteitencentrum, dat vroeger aardig uitgebreid was, is nu weggestopt in één gang; muziekbegeleiders, creatieve begeleiders hebben met minder mensen het voortdurend superdruk om toch nog maar een programma aan te kunnen bieden.  Als iemand op vakantie gaat: de activiteit gaat niet door, want er is geen vervanger. Activiteiten als de fietsenwerkplaats zijn enorm ingekrompen, terwijl er veel behoefte aan is; de houtwerkplaats is helemaal opgeheven, de inloop van de deeltijdbehandeling en de algemene ontmoetingsplek zijn beperkter open dan vroeger….
Ook op de afdelingen speelt de werkdruk. Zelf voelde ik me op de afdeling vaak verwaarloosd, niet omdat de begeleiders zulke vervelende mensen waren, maar omdat ze het vaak gewoon te druk hadden om een halfuurtje met je te zitten om bijvoorbeeld je hart te luchten of plannen te maken voor de toekomst. En dat maakte me boos. Ik heb aardig moeten knokken met begeleiders voor ik enige ondersteuning en hulp kreeg. Anderen, die hun mond niet open durfden te doen, bleven naar mijn indruk min of meer aan hun lot overgelaten. Ik hoorde ook lotgenoten zeggen dat begeleiders hooguit tijd voor je hebben als je echt met een serieus probleem zit, maar niet voor dat gewone, menselijke contact van af en toe een babbeltje. Begeleiders zijn niet present en maken weinig contact. Je kan ze niet aanklampen als je ze nodig hebt, maar ze zitten meestal in het verpleeghok achter de computer of telefoon.
Mensen echt structureel begeleiden naar de toekomst gebeurde naar mijn indruk veel te weinig. Terwijl je er van uit mag gaan dat een opname een tijdelijk iets is, en dat je weer  terug gaat de maatschappij in. De kloof tussen het wereldje van een psychiatrisch ziekenhuis en de maatschappij is echter enorm. Ik merkte dat ik zelf al begon te hospitaliseren terwijl ik maar relatief kort opgenomen was geweest. Terugkeer naar de maatschappij moet wel voorbereid worden. Maar mijn indruk was, dat begeleiders het vooral druk hadden met allerlei administratieve rompslomp en overleggen, en medicatie verstrekken natuurlijk. Psychiatrische patiënten zijn net mensen: wat de meesten van ons willen is een eigen huisje, een baan, een redelijk inkomen, vrienden en een partner. Maar daar wordt binnen de Bavo weinig aandacht besteed. Vaak gewoon door tijdgebrek. Ook hulpverleners gaven toe dat er eigenlijk sprake is van onderbezetting en te hoge werkdruk.
Een lotgenoot van me zei: “Je komt hier, je verblijft hier, en dan wordt je weggestuurd met een lading medicatie die je nog nooit onder eigen beheer hebt gehad”. Zij miste bijvoorbeeld serieuze psycho-educatie op onze afdeling. Zoals een medewerker tegen me zei: “Vanwege het geld moeten we mensen kort opnemen. Maar als ze niet de goede zorg krijgen, zijn ze zo weer terug. Je creëert draaideurpatiënten op deze manier.”
Zelf merkte ik, toen ik weer naar huis ging, dat ik allerlei praktische dingen een beetje verleerd was gedurende die opname. Het “normale” leven raak je al snel ontwend in de huidige situatie tijdens een opname, je hoeft bijvoorbeeld niet te koken of voor jezelf te zorgen. Dat zou toch anders moeten naar mijn mening.
Het komt er straks op neer, als we niet uitkijken, dat je je als cliënt blauw mag betalen aan zorg, maar pure armoede terugkrijgt als je die zorg net hard nodig hebt. Zorg wordt dan symptoombestrijding waarbij de waan van de dag overheerst.

Zelfhulp uit nood geboren
Maar iets is er wel veranderd. Veel meer dan vroeger waren we, althans op de afdelingen waar ik zelf zat, als patiënten solidair met elkaar. We leerden op den duur onze shag met elkaar te delen. Op die manier was er altijd wel iemand om van te bietsen, dus zat je nooit zonder. Dat nam een hoop stress weg. Een van ons trok de stoute schoenen aan, belde een lokaal tuincentrum en kreeg gedaan dat deze een hele lading bloemetjes doneerde. En ik moet zeggen, de grijze getto-gebouwen van de Bavo zijn een stuk vrolijker geworden met die bloemen op de patio, die weer vlindertjes en vogeltjes aantrekken.
Onderlinge haat en nijd, agressie of geschreeuw was er niet in onze groep op de open afdeling, hooguit wat irritatie. Het kwam zelfs bijna nooit voor dat er gestolen werd. En we steunden elkaar emotioneel, boden elkaar een luisterend oor, gaven elkaar tips en wisselden ervaringen uit. In nood leer je elkaar te steunen. Als ik op het terrein liep en een enkele agressieve patiënt bedreigde me, dan waren er altijd wel medecliënten in de buurt die me beschermden. De hulpverleners kwamen meestal pas te hulp schieten als het gevaar al geweken was. En leken dan geen andere oplossing te hebben dan zo’n agressieve persoon op te sluiten of te separeren.
Bij gebrek aan ondersteuning vanuit de hulpverleners, hielpen we vaak elkaar. Bijvoorbeeld elkaar aanmoedigen om werk te zoeken, te stoppen met verslavende middelen, iets met je ervaringsdeskundigheid te doen. Positief vanuit de hulpverlening vond ik wel de IMR-groepsbijeenkomsten. Die deden me een beetje denken aan herstelwerkgroepen, waarin we over allerlei thema’s van gedachten wisselden, met dat verschil dat er wel een hulpverlener bij zit. Die stelde zich echter meestal terughoudend op en liet ons vooral met elkaar in gesprek gaan. Die IMR-bijeenkomsten waren populair en hielpen ons, onszelf en elkaar te helpen.

Eigen regie is iets anders dan afbraak
Maar het feit dat wij elkaar als cliënten veel kunnen steunen, mag geen excuus zijn om de zorg weg te bezuinigen onder het mom van: eigen verantwoordelijkheid en eigen regie van de cliënt. We hebben nou eenmaal (al is het maar tijdelijk) onze kwetsbaarheden en valkuilen en we kunnen elkaar daarin niet altijd opvangen, zeker als we in crisis zijn. We hebben begeleiders nodig, (misschien nog wel het beste ervaringsdeskundige begeleiders) die bijvoorbeeld muziek met je kunnen maken en ook met je kunnen praten als dat veel emoties naar boven haalt; sporttherapeuten, mensen die ons kunnen ondersteunen door praktisch bezig te zijn (bijvoorbeeld in een fietsenwerkplaats, een keuken of houtwerkplaats) en de sprong makkelijker kunnen maken om weer aan het werk te gaan.. Begeleiders die je helpen als je problemen hebt met een uitkeringsinstantie. We hebben woonruimte nodig, of dat nou zelfstandig, beschermd of een woongroep volledig onder eigen regie is. Maar ik zag om me heen dat sommige van mijn medecliënten maanden en maanden, soms zelfs een jaar, moeten blijven hangen in de Bavo omdat er lange wachtlijsten zijn voor beschermd of begeleid wonen. Dat is serieus. Mensen hospitaliseren, gaan zelfs kapot in de psychiatrie. Tijdens mijn opname van een kleine 2 maanden overleden twee cliënten op het terrein, een in verband met drugs en de ander door zelfmoord. Het precieze hoe en waarom van hun dood weet ik niet. Wel, dat ik te vaak hoor dat mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid er letterlijk aan onderdoor gaan. En dat deze maatschappij hen blijkbaar geen zinvol leven kan bieden, of de steun, aanmoediging, hoop om dat leven aan te gaan.
Triest vond ik het ook, dat ik een hoop bekende gezichten tegenkwam op Poortmolen: mensen die in 1998, 14 jaar geleden, ook al opgenomen waren. Die er toen zelfs beter aan toe leken te zijn dan nu. Bijvoorbeeld een oude bekende van mij, die als een zombie over het terrein liep, verdoofd door zowel drugs als medicijnen.
 Het kan me aardig kwaad maken als politici en mooiweerpraters schermen met begrippen als herstel en eigen regie terwijl het gewoon gaat om hakken en snijden om geld te besparen. Ons willen ze laten betalen voor een economische crisis die wij niet veroorzaakt hebben. Trouwens, voor mij houdt eigen regie in dat je zelf keuzes kan maken, dat je niet overgeleverd bent aan de hulpverlening, maar ook niet overgeleverd bent aan een tekort aan hulpverlening. Dat je juist de mogelijkheid hebt gebruik te maken van de hulpverlening waar je die nodig hebt, en in zoverre als je die nodig hebt. Dan is het belachelijk dat je vanwege geldgebrek zou moeten stoppen met een psycholoog of psychiater zien. Of dat je opgenomen wil worden maar daar van afziet vanwege de eigen bijdrage. Of dat een hulpverlener, waar je tevreden mee bent, ontslagen wordt vanwege de bezuinigingen. Ik merk dat veel hulpverleners evengoed als cliënten ontevreden zijn over de afbraak en bezuinigingen. Het zou mooi zijn als we een bondgenootschap konden aangaan vanuit die gezamenlijke betrokkenheid en onvrede.

Voor het recht op goede zorg
Ik heb nog mee gedemonstreerd tegen de plannen voor de eigen bijdrage in de GGZ, samen met zo’n 50.000 anderen als ik me niet vergis, zowel cliënten als hulpverleners. Helaas was dat nog niet genoeg om de plannen te stoppen. Maar we mogen niet opgeven. Het gaat om ons leven, onze toekomst. En we staan niet alleen. In heel de wereld komen arme mensen, werkenden, werklozen, je raadt het al: de 99% van de wereldbevolking –  steeds meer tot de conclusie dat het tijd wordt, voor onszelf op te komen. En onze toekomst niet te laten vernaggelen door de 1% die ons geld vergokt en verspeculeerd in het casino van de financiële markten. Ik zou iedereen op willen roepen om zijn stem te laten horen. En mee te doen aan protestacties en stakingen die er de komende periode ongetwijfeld zullen komen als reactie op de miljardenbezuinigingen die nu voorbereid worden, en te vechten voor een toekomst voor ons allemaal.

Afdrukken

Even mijn verhaal afmaken?

Geschreven door Nick.

Ik stuit nog weleens op een probleem en ik weet vrijwel zeker dat ik er niet alleen in ben. Ik doe weleens mee aan vergaderingen. Ik heb op zich dingen wel goed door en kan dingen goed uitleggen. Assertief ben ik niet en ik wil het ook niet zijn. Voor mij wordt de maatschappij steeds harder en dan kom je bij de doktor en presenteert zo'n probleem en dan moet je zelf harder worden. Ik probeer te wijgeren om me op zo'n manier aan te passen. Ik denk dan als er tien mensen van de brug afspringen, zou ik het zelf dan ook doen? Een ouwe gezegde die ik op de basisschool heb meegekregen. Dus ik zoek een manier om me te handhaven in zo'n hard systeem zonder zelf hard te worden. Makkelijk is het niet. En ik wil het probleem eens omschrijven voordat ik verder ga.

Ik ben weleens gaan fitnessen en toen heb ik van mijn fitness-instructeur geleerd waarom mensen nou losse gewichten gebruiken in plaats van de machines. Mij werd verteld dat spieren, bijvoorbeeld de spieren op mijn borst, één grote hoofdspier was en daar omheen allemaal kleine bijspiertjes. De hoofdspier is dan langzaam, reageert niet snel op veranderingen, maar wel heel krachtig. De bijspiertjes zijn dan minder krachtig maar heel snel en die kunnen zich heel snel aanpassen aan veranderingen. Wat dit betekent is dat bij de kracht-train-machines alleen de hoofdspier wordt getraind. Bij de losse gewichten zou men niet alleen bezig zijn met het krachtzetten, maar tegelijkertijd ook balans houden. Waarvoor dus de snelle bijspiertjes worden gebruikt om te balanceren. Bij de machines zou dat balanceren dan door de machines worden gedaan en worden deze bijspiertjes niet belast.

Zo ben ik af en toe in mijn communicatie. Ik heb alleen mijn hoofdspier getrained. En hoe dat zich uitwerkt tijdens een vergadering is dat ik stuit op het feit dat ik een beetje sloom ben in communicatie. Het betekend dat er een vraag op tafel licht en dan mijn antwoord op de vraag een lang uitgebreid relaas is wat allemaal factoren mee weegt. Alleen dan ben ik halverwegen mijn tweede zin en dan komt er iemand tussendoor met een gezond-verstand snelle oneliner achtige 'zo is het en niet anders'. En vaak maakt zo'n onliner dan meer indruk dan mijn slome relaas. Ik ben dan ook een beetje een weegschaal af en toe en weeg vaak het één op tegen het ander. Alleen dan het ik bij mijn tweede zin die is onderbroken alleen het ene belicht. Waarop mensen dan reageren. Als men me had laten uitpraten dan had ik eerst het ene belicht, dan het ander belicht, en dan een soort conclusie gemaakt. Alleen moet alles in één zin gepropt worden zodat het er snel uit ik gefloept zodat het hele verhaal op tafel komt voordat iemand me onderbreekt.

Het is ook echt een Hollands trekje heb ik gehoord om op deze manier te vergaderen. Ik sprak ooit iemand uit Engeland en die merkte dit ook op, iedereen wil zijn zegje gedaan hebben, puur en alleen om iets gezegd te hebben. Nou heb ik daar begrip voor, naja tenminste ik forceer mezelf om daat begrip voor te hebben omdat ik anders wordt gelinched door een Hollandse meute. Maar ik wil toch uitleggen waar ik dan mee zit. En dan moet ik maar beginnen met een voorbeeld.

Ik had het laatst over dakloosheid tijdens een vergadering. Ik begin een relaas en werd bij de tweede zin weer eens afgekapt met iets wat ik dacht dat niet helemaal klopte. Om uit te kunnen leggen waarom dat niet klopte had ik een schoolbord en een krijtje nodig en ik had thuis een boek moeten gaan ophalen en ik had me een paar uur moeten voorbereiden op mijn antwoord. Alleen moest ik daar en dan reageren in de vorm van een zinnetje dat af was voordat iemand er tussendoor kwam. Maar ja, voor velen oogt dit dan alsof ik dan een soort authoriteit wil hebben en niet opensta voor andermans ideeën. Dat wil ik dan natuurlijk ook niet dat anderen dat van mij vinden. Maar ik dan echt geloof dat de uitwerking van mijn relaas lijdt tot een behulpzame methodiek om daklozen te helpen. Alleen ik moet het dan in 1 zinnetje proppen.

Dus ik heb een tussenweg een beetje gevonden. De 'Mag ik even mijn verhaal afmaken.' methodiek. Zo heb ik even de tijd om mijn weegschaaltje te laten zien en zodra ik dan klaar ben in 5 zinnetjes dan is iemand anders weer aan de beurt en dan is het aan mij om te luisteren. Ik ben zelf dan iemand die probeert nooit halverwegen iemands zin diegene af te breken, uit een soort beleefdheid. Ik luister goed naar anderen, tenminste, dat zeg ik dan van mezelf. En als de rest dat dan niet doet dan gaat dat ten koste van mij. Dan ga ik van een vergadering weg waar ik zelf half-afgemaakte relaasjes heb vertolkt. En vooral ook als ik in die relaasjes halverwegen een weegschaal was en 1 kant had belicht, denken mensen dan dat ik alleen die ene kant zie? Ik wilde net toekomen aan die andere kant!

Goed, nou heb ik in ieder geval de 'Mag ik even mijn verhaal afmaken?'-methodiek. Zo heb ik 5 zinnetjes. Dit is dan best wel een sterk bijspiertje. Zo hou ik mijn communicatie lekker in balans tijdens vergaderingen om mijn impliciete hoofdspier bij te staan. Dan kom ik thuis na een dag vergaderen. De snelle bijspiertjes zijn een beetje opgetraind. Thuis train ik dan meer mijn hoofdspier als ik leer, of schrijf. Deze is dan tijdens vergaderingen niet zichbaar want deze duren te lang om uit te leggen. Misschien dan mijn collega's dan ook zo'n hoofdspier hebben en dat ze net als ik thuis komen met het gevoel alleen hun bijspiertjes te hebben getraind. Zou die er hetzelfde uitzien als mijn hoofdspier? Zou het kunnen dat tijdens zo'n vergadering iedereens bijspiertjes er anders uit zien dan de mijne, alleen dan komen we thuis en dan zijn de hoofdspiertjes meer gelijk aan elkaar? Ik weet het niet.

Als dat zo zou zijn dan zou het misschien een vergadering wat opleveren om de hoofdspieren zichbaar te maken. Misschien komen we dan op gemeenschappelijke delers aan bod waar we allemaal belang bij hebben. Maar hoe doe je dat dan? Ooit heb ik gewerkt met een spreekstok tijdens een therapiesessie. Iedereen zou om zijn beurt de spreekstok in handen krijgen, en als iemand de spreekstok in handen had dan zou de rest luisteren. Het bracht wel rust in de tent zo. Alleen om dat in te brengen bij een gemiddelde baan waar mensen vergaderen zou dat voor die mensen belachelijk klinken. Dus misschien is er een taalkundig variant van de spreekstok. Dat iemand dat stiekem tijdens een vergadering via een trukje toepast. Ik weet niet welke woorden dat voor elkaar zouden krijgen maar ik ga er van uit dat het iemand moet zijn die op de één of andere manier gehoord wordt door iedereen zodat mensen zich er aan houden. Alleen zo'n onzichtbare spreekstok verdwijnt best wel snel, en degene die de onzichtbare spreekstok dan weer in het verhaal gooit die houdt zich zichzelf dan weer niet aan de spreekstok-regel door iets te zeggen.

Het ligt er ook aan in watvoorn situatie je zit. Maar vooral als je als vergader-eenheid een spreekbuis wil zijn voor mensen die in een zwakke positie zitten. Als je gehoor wil geven aan mensen met een bibberstemmetje zodat diegene voor zichzelf op kunnen komen. En dan zit er iemand bij die in de gemeenteraad zit met gigantische bijspiertjes. Ja, wat ik dan zou willen voorkomen is dat de bibberstem niet wordt gehoord. Vooral omdat het vaak de bibberstemmetjes zijn die dan vertegenwoordigd zouden moeten zijn als het juist om diegene gaat. Maar ik ga er voor mezelf dan van uit dat het bibberstemmetje ook een gigantische hoofdspier heeft, veel groter dan de hoofdspier van zo'n gemeenteraadslid. Alleen de bijspiertjes worden gehoord in een setting waar er veel mensen aanwezig zijn.

Daarom denk ik ook dat assertiviteit een illusie is. Assertiviteit gaat om het trainen van de bijspiertjes, die niet per sé rechtvaardigheid of waarheid vertolken. Maar gewoon een snelle punch waarmee mensen hun hoofdspier wordt onkracht als dat even zo uitkomt. Ik verbeeld me weleens dat de bibberstemmetjes in eerste plaats bibberstemmetjes zijn geworden juist omdat de hoofdspier gigantisch is. Als je rechtvaardig bent kom je niet echt ver af en toe en ontwikkel je een bibberstemmetje, vooral als je zo rechtvaardig bent om aan anderen aan het woord te laten, of zelfs om juist de zwakkeren aan het woord te laten, noem maar iets geks. Als het gaat om rechtvaardigheid hebben de bibberstemmetjes nog weleens de grootste ideeën en als je het mij vraagt zijn het een beetje impliciete ethisch savants die zo ethisch zijn dat ze niet praten, niet eens meer mee kunnen delen aan een vergadering omdat de rest ze afkapt.

Nu heb ik zelf gelukkig een uitweg gevonden. Ik had ooit een bibberstemmetje. Ik ben er minder waarde aan gaan hechten of iemand me hoorde op de eerste plaats. Maar de lange relaas daar heb ik dit voor wat ik nu aan het doen ben. Als ik een stukje schrijf dan is er niemand die er tussendoor komt. Mensen kunnen wel reageren maar dan pas als ze het stuk in het licht van het geheel hebben gezien. Zo heb ik meerdere aspecten belicht, zo'n beetje alles wat er in me opkomt. Zo'n artikel als dit had in natuurlijk niet tijdens een vergadering kunnen vertolken. Maar ik merk wel af en toe dat het me helpt als ik weer in een vergadering zit. Ik heb zo ervaring om iets in woorden uit te drukken. Misschien dat een onderdeel van wat ik hier heb gezegd, een zinnetje of twee er bij mijn volgende vergadering eens uitfloept. Misschien dat ik hier en nu één van die walgelijke one-liners kan verzinnen om indruk te maken tijdens de volgende vergadering, ik moet me toch aanpassen......

Nee, het lukt me niet!
........
Hmmmmmphhhh,
........
Oei, moeilijk
........
Ok, rustig aan. Wat wil ik vertolken? Ok, ik wil vertolken dat een bibberstem wordt gehoor. Ik wil vertolken dan de hoofdspier van mensen zichbaar wordt. Een spreekstok...bibberstem dat klikt raar als ik dat zeg....hoofdspier dan staan ze helemaal raar te kijken...spreekstok dat zullen ze niet helemaal begrijpen....ik wil niet authoriatief overkomen.
.....
Hmmmmmphhhhh,
.....
'Laten we elkaar eens laten uitpraten'
'Mag hij/zij even zijn verhaal afmaken?'
.....
Zoiets?
Afdrukken

Vechten voor jezelf

Geschreven door Barbara Veger.

Vechten voor jezelf, een verhaal over empowerment
Door Barbara Veger

In mijn herstelproces zijn twee dingen heel belangrijk geweest: de steun van de mensen in mijn omgeving, en mijn empowerment. Empowerment betekent voor mij: je eigen kracht (weer) voelen, opkomen voor jezelf, knokken voor jezelf en voor datgene wat je wilt bereiken. Over mijn empowerment gaat dit verhaal.

Ik ben twee keer opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat waren voor mij negatieve ervaringen, die mij eerder belemmerden in mijn herstel dan dat ze mij hielpen. De eerste crisis en de opname die erop volgde, kwam ik vooral te boven door de steun van familie, vrienden en collega’s. Belangrijk was ook, dat ik weer hoop kreeg dat ik opnieuw een zinvol bestaan op zou kunnen bouwen. De tweede crisis en opname kwam ik vooral te boven door mijn eigen kracht.

De wereld was enorm bedreigend voor me. Ik had, voorafgaand aan deze crisis, gezien hoe hard de maatschappij was en hoe mensen daar aan onder door konden gaan. Ik was bang, dat ik zelf ook ten onder zou gaan, kwetsbaar als ik was. Het was de wereld van vlak na 9/11; in mijn wanen werd de hardheid van de maatschappij opgeblazen tot een wereld, waarin machthebbers mij bespioneerden en zelfs wilden vermoorden, waarin etnische en religieuze gangs klaar stonden voor een drive-by-shooting. Het psychiatrisch ziekenhuis was voor mij onderdeel van een systeem dat mij wilde onderdrukken.

Echt gekke dingen deed ik niet. Ik was geagiteerd zoals dat heet, afwisselend bang en boos, maar ik was niet gewelddadig en ook niet suïcidaal. Tot mijn verbazing besloot echter mijn psychiater een rechterlijke machtiging voor mij aan te vragen, op zeer vage gronden. Dit was des te merkwaardiger omdat ik al (vrijwillig) opgenomen was.
Voor mij was dit een enorme aanval op mijn vrijheid, en het versterkte mijn angst om onderdrukt en opgesloten te worden. Maar ik liet het er niet bij zitten! Op geheel eigen wijze kwam ik in actie.

In die tijd was ik lid van de SP. Ik had Harry van Bommel, die voor de SP in de Tweede Kamer zat, eens ontmoet en hij had me zijn visitekaartje gegeven. Dus belde ik hem, en vroeg om hulp. Ik zou de SP wel eens even op ze af sturen! Vriendelijk verwees Harry me door naar de lokale SP-afdeling. Die kon echter niets voor me doen, dus belde ik Harry weer. Deze keer verwees hij me wat minder vriendelijk door naar de lokale SP-afdeling.
Een andere socialistische kameraad die ik om hulp vroeg, hielp me wel goed op weg en regelde een advocaat voor me die gespecialiseerd was in psychiatrie. Ik bereidde me goed voor op de rechtszaak, zorgde dat ik er netjes uitzag, maar niet overdreven netjes. Ik deed mijn zegje, en tot mijn blijdschap had de rechter grote twijfels over het nut van een rechterlijke machtiging. Toen mijn moeder ook nog uitlegde, dat een rechterlijke machtiging averechts zou werken en mij alleen maar bozer en opstandiger zou maken, was de beslissing genomen: de rechterlijke machtiging werd afgewezen.

Vanaf dat moment begon ik op te knappen. Ik had gezien, dat ik wel degelijk kracht had; dat ik niet overgeleverd was aan allerlei kwade krachten, maar terug kon vechten – en kon winnen. Bovendien had ik ervaren, dat ik er niet alleen voor stond, dat mensen mij steunden. Ik zag dat de mensen met macht, zoals mijn psychiater, niet onoverwinnelijk waren maar teruggefloten konden worden. De maatschappij deugde in mijn ogen nog steeds niet, maar ik stond niet machteloos en alleen tegenover de machthebbers, maar had mijn eigen kracht en veel bondgenoten die me konden helpen. Ik slaakte innerlijk een zucht van verlichting, de wereld was een stuk minder onveilig geworden.

Ook in periodes van depressie speelt bij mij vaak het gevoel, overgeleverd te zijn aan krachten waar ik geen enkele controle over heb. Empowerment is dan enorm belangrijk voor mij, om te merken dat ik kracht heb, dat ik wel degelijk enige grip op mijn leven heb.

Na de eerder genoemde opname moest ik het leven thuis weer oppakken. Ik had een betaalde baan gekregen als assistent-jongerenwerker in een buurthuis. Het was een baan waar ik ingerold was, niet echt mijn eigen keuze, maar ik vond dat ik zo’n kans op een betaalde baan niet mocht laten schieten, gezien mijn geringe kansen op de arbeidsmarkt.

Het bleek niet te werken. Na mijn psychose zette de depressie in, en ik kon het werk niet aan, mede omdat het niet echt “mijn ding” was. Ik had nauwelijks een klik met de jongeren, die meer van het type stoere straatjongeren waren. Ik voelde me vreselijk onzeker. Ik was vaak ziek door psychische klachten, en dat veroorzaakte wrijvingen met collega’s.
Achteraf denk ik, dat ik heel hard probeerde te voldoen aan wat anderen van mij verwachtten. Ik wilde zo graag een “normaal” leven leiden en “normaal” zijn. Het was voor mij moeilijk te accepteren dat ik een psychiatrische aandoening had.

Soms kwam ik nog wel eens op mijn oude opnamekliniek, en dan kon ik mijn voormalige medepatiënten die nog steeds opgenomen waren slecht verdragen. Ik denk dat ze me teveel een spiegel voorhielden hoe ik zelf was of was geweest, en in die spiegel kon ik nog niet kijken.

Gaandeweg veranderde dat. Ik begon dingen te verwerken. Ik begon te schrijven over mijn opname-ervaringen. Ik begon ook met andere ogen naar mijn voormalige medepatiënten te kijken. Ik had met ze te doen, wilde helpen. Ik herinner me hoe ik een jongen sprak, met wie ik nog samen opgenomen was geweest. “Barbara, ik voel me zo alleen en verlaten”, zei hij. Dat raakte me, want zo had ik me ook gevoeld.

In een tijd, dat ik langdurig in de ziektewet zat, begon het idee te rijpen om iets met mijn ervaringen in de psychiatrie te gaan doen. Ik wilde mensen met een psychiatrische aandoening die het moeilijker hadden dan ik steunen. Ik wilde werken, maar dan wel werk dat bij mij paste en waar ik mijn kwaliteiten in kwijt kon. Gaan werken in de psychiatrie werd een doel voor mij, daarin aangemoedigd door de cursus “Werken met Eigen Ervaring” die ik gevolgd had.

Anderen waren daar niet zo van overtuigd. Ik had te maken met verzuimbegeleiders en arbeidsdeskundigen. Die vonden werken in de psychiatrie te hoog gegrepen; kon ik niet beter in een fabriek gaan werken?
Nou voelde ik me niet te goed voor lopende band werk; het is werk dat gedaan moet worden en ik heb veel respect voor de mensen die het doen. Maar het leek mij dat ik de eentonigheid en de strakke discipline van dat soort werk niet zou trekken. Ik hield dus vast aan mijn doel om in de psychiatrie te gaan werken.

Uiteindelijk kreeg ik toestemming van mijn werkgever om tijdens mijn ziekteperiode vrijwilligerswerk te gaan doen in de psychiatrie. Vervolgens kreeg ik het vrij snel voor elkaar om daar betaald in dienst te komen als ambulant woonbegeleider. En inmiddels werk ik met veel plezier bij Bureau Herstel.

Ik had nagedacht over wat ik wilde, waar mijn kwaliteiten lagen en ben daarvoor gaan vechten. Met vallen en opstaan, ook met momenten dat ik het helemaal niet meer zag zitten. Maar het is me gelukt! Dat is een bron van zelfvertrouwen, tot op de dag van vandaag. Vaak ben ik bang geweest, dat ik me niet staande zou kunnen houden vanwege mijn beperkingen; maar uiteindelijk heb ik van mijn beperkingen mijn kracht gemaakt. Ik voel mijn kracht weer. En dat voelt goed.

Meer artikelen...