Afdrukken

Nieuw Stigma?

Geschreven door Barbara Veger.

Nieuw stigma?

stigma

Het is zeer uitgebreid in het nieuws geweest: op 24 maart dit jaar stortte het toestel van Germanwings neer in Zuid-Frankrijk. Gevolg: 150 doden. Ook uitgebreid in het nieuws kwam, dat copiloot Andreas Lubitz hoogstwaarschijnlijk expres het toestel heeft laten neerstorten en dat dit dus een zelfmoordpoging was waarbij hij 149 anderen meesleepte in de dood.

Een enorme tragedie. Maar naast medeleven met de slachtoffers bekroop mij ook een ander gevoel. Een wat angstig gevoel: kan de uitgebreide berichtgeving over de depressies en zelfmoordneigingen van de copiloot leiden tot nieuw stigma?

Met “nieuw” bedoel ik dat er voorheen al het stigma bestond dat psychiatrisch patiënten gevaarlijk zouden zijn. Maar dit idee behelsde voornamelijk mensen die psychotisch zijn en in hun “gekte” anderen zouden neersteken, met een bijl bewerken etc. De media helpen er helaas aan mee door vrij uitgebreid te vermelden bij een misdaad als het om iemand met een psychiatrische achtergrond ging. Zo ook bijvoorbeeld bij de moord op Els Borst. Wat mij vooral hinderde, was dat Peter R. de Vries onmiddellijk op een tip afging dat de dader gezocht moest worden in het nabijgelegen psychiatrisch ziekenhuis. Alsof alle psychiatrische patiënten potentiële moordenaars zijn.

De werkelijkheid is, dat onderzoek heeft uitgewezen dat mensen met een psychiatrische achtergrond juist vaker slachtoffer van geweld zijn dan de gemiddelde persoon.
Maar goed, het beeld bestond dus al van de “gevaarlijke gek” die klaar staat om zijn buren met een bijl te bewerken of je op straat neer te steken. Ik hoop niet dat daar het stigma bijkomt van de depressieveling, die gevaarlijk is omdat hij of zij anderen meesleurt bij een zelfmoordpoging.

Af en toe verschijnt er in het nieuws een bericht dat iemand zijn huis heeft opgeblazen bij een zelfmoordpoging, met alle gevolgen voor buren die soms zwaargewond raken of hun huis vernield; ik hoop niet dat mensen daarom bang worden voor buren, die depressief zijn. Ik heb een persoonlijke ervaring met dergelijk stigma: toen ik een paar jaar geleden een nacht ernstig in de war was en mijn muren met spuitbussen had ondergespoten, kwam er in mijn dossier te staan dat ik van plan was geweest mijn huis met spuitbusgassen op te blazen. Een volkomen absurde aantijging, ik zou zoiets nooit doen, bovendien was ik helemaal niet suïcidaal. Ik heb er gelukkig voor kunnen zorgen dat dat zinnetje uit mijn dossier verdween, maar tussen mij en de buurvrouw die dit waarschijnlijk tegen de politie gezegd had, is het nooit meer helemaal goed gekomen.

Stigma

Trouwens, het wordt steeds lastiger om een omschrijving te geven van jezelf in een psychotische periode zonder dat dit allemaal erg nare associaties oproept. “Psychotisch” kan al niet, “verward” wordt ook steeds lastiger als er allemaal berichten in de krant staan over “verwarde” mensen die vreselijke dingen hebben gedaan, en “van het padje af” heb ik ook al een keer voorbij horen komen in een dergelijk verband…

Hopelijk laten de meeste mensen zich niet gek maken door alle berichtgeving en gebruiken ze hun gezond verstand om hun buren, collega’s, familie etc. gewoon te zien als mensen die weliswaar een psychiatrische achtergrond hebben en daarmee ook een kwetsbaarheid, maar niet als gevaarlijk of zelfs potentiële moordenaars.

Afdrukken

Vrede

Geschreven door Nick Hibberd.

peace2

 

Dit is stukje zelfgemaakte propaganda. Ik ben heel lang actief geweest op youtube in de 'comment section' en ik vindt het niet leuk wat ik zie. Wat ik het meeste zie is dat mensen zich labelen als iets, bijvoorbeeld als atheist of als Moslim of wat dan ook, om vervolgens een ander label te bevechten met woorden. Ik heb heel lang gezocht naar gemeenschappelijkheid tussen de verschillende labels en kom tot de conclusie dat ieder mens wel bepaalde basisbehoeften heeft. Vaak lopen de emoties hoog op en raken mensen hun rationaliteit kwijt dus wilde ik met mijn propaganda een stukje nuchterheid inblazen. Om verschillen even te vergeten en kijken wat er nodig is voor mensen, simpel en pragmatisch dus.

Afdrukken

Kies je persoonlijke begeleider!

Geschreven door Tjebbe Tamboer.

Keuzevrijheid wie je persoonlijk begeleider wordt?

Op de Noordzeestraat is het praktijk!

Noordzeestraat
 
Vanuit mijn eigen ervaring weet ik, dat je als cliënt niet altijd een keuze krijgt wie je begeleider wordt – tenzij je hard voor jezelf opkomt. Gelukkig kan het ook anders. Op de locatie Noordzeestraat van de SBWU is een heuse persoonlijk-begeleider-verkiezing gehouden. Cliënten konden kiezen wie ze als pb’er wilden hebben.

Locatiehoofd Henk van Rees vertelt: 

“Omdat we hier nieuw opgestart zijn, was het organisatorisch makkelijker om een nieuw beleid in te voeren waarin cliënten hun eigen pb’er kunnen kiezen.

Het eerste halfjaar werd een pb’er toegewezen, omdat de cliënten eerst iedereen moesten leren kennen, daarna konden ze hun pb’er kiezen. Gaandeweg kwamen we tot de conclusie dat een halfjaar te kort is, en hebben we het verlengd tot een jaar.

Alle cliënten zijn benaderd door mijzelf en een medewerker van Bureau Herstel, wij hadden er namelijk geen direct belang bij wie ze zouden kiezen als pb’er. We hebben alle pb’ers een profiel laten maken, met foto, waarin ze hun kwaliteiten moesten aangeven maar ook waar ze minder goed in zijn.”
Je hoort weleens dat cliënten vaak dezelfde pb’er kiezen waardoor het onwerkbaar wordt. 

Henk: “Onze ervaring is dat cliënten niet de “makkelijkste” pb’er kiezen, maar degenen die het best bij hen past. Bij de werving van het team hebben we geprobeerd een gemêleerd gezelschap aan te nemen. Iedere cliënt is verschillend, en wil dus ook iets anders. Er waren wel wat verschillen in “populariteit”, maar geen grote verschillen. Mensen moesten wel een eerste en tweede voorkeur opgeven, want we moesten natuurlijk ook zorgen dat de caseload evenwichtig verdeeld werd. Maar 80 tot 90% van de keuzes kon gehonoreerd worden. Als de eerste voorkeur van een cliënt niet mogelijk bleek, zijn we opnieuw in gesprek gegaan. De meeste cliënten wisten heel goed te motiveren waarom ze een bepaalde pb’er wilden. Natuurlijk, er waren ook enkelen die een pb’er wilden omdat ze bij wijze van spreken mooi blond was. Maar vaak zit er dan toch nog iets anders onder waarom die cliënt die pb’er wil.

De keuze is ook niet voor eeuwig. Ik zou zelf willen stimuleren dat mensen na drie jaar weer wisselen. Een nieuwe pb’er heeft vaak een frisse blik en nieuwe inzichten. Vaak denken we dat na een aantal jaren zoveel vertrouwen is opgebouwd en zoveel geïnvesteerd is in het contact dat wisselen niet goed is. Maar in de praktijk zijn mensen wel gewend aan wisselingen.

We zijn op de Noordzeestraat 2,5 jaar bezig en we blijven evalueren hoe het gaat tussen een cliënt en zijn/haar pb’er. Dat kun je natuurlijk op elke locatie doen. We zeggen ook wel tegen cliënten dat ze de relatie serieus moeten nemen en er volwassen mee om moeten gaan. Dus niet: als er een keere een ruzietje is, meteen gaan wisselen van pb’er. Want dan zit je straks weer met hetzelfde probleem. Maar dingen die niet goed gaan nemen we serieus.”

Emmelies (bewoner): “De ene pb’er is geschikter voor een cliënt dan de andere. En cliënten verschillen in wat ze van een pb’er nodig hebben.

November 2010 ben ik op de Noordzeestraat komen wonen, dus heb ik de pb-verkiezing net gemist. Mijn pb’ers kende ik van een andere instelling. Ik kreeg een ouder en jonger iemand, dat vond ik wel prettig. Wel vond ik het vervelend dat ik een paar keer van pb’er moest wisselen. De ene had te veel cliënten, de andere kreeg een andere baan. Ze hebben wel netjes aan me gevraagd of ik akkoord was met de nieuwe pb’er. Daar had ik het prima mee getroffen, maar ook hij kreeg een te grote groep. De twee pb’ers die ik nu heb, bevallen mij goed. Als je bezwaar hebt bij een pb’er, wordt daar serieus naar gekeken. Maar het kan dus wel gebeuren dat er door praktische, organisatorische redenen veel gewisseld wordt.

Volgens mij zijn de andere cliënten ook wel tevreden, als ze het er niet mee eens zijn, kunnen ze een ander krijgen. Als het niet klikt, of als je ergens ontevreden over bent, zeg je dat zeker makkelijker.”

Ron (bewoner): “Je kunt iemand treffen waar het niet mee klikt. Ik vind het systeem zoals ze het hier doen goed. Zelf was ik al tevreden met mijn eigen begeleider, dus heb ik niet gewisseld. In het begin moet je sowieso aan elkaar wennen, we kwamen hier met 29 mensen tegelijk. Pas na een half jaar weet je of het klikt. Zelf vond ik het niet zo moeilijk. Maar als het echt niet klikt, kan je altijd wisselen. Sowieso staat in het reglement van de SBWU dat je van pb’er mag wisselen. Maar dan heb je natuurlijk nog kans dat je twee keer misgrijpt. Ik wil wel als tip meegeven om de profielschetsen te gebruiken die begeleiders hier ook van zichzelf gemaakt hebben. Op basis daarvan kom je een heel eind. Het is altijd een kwestie van uitproberen. Ten slotte nog een tip. Geef aan nieuwe bewoners bij de intake een standaard profielschets en laat ze een voorkeur uitspreken.”

Angenita (bewoner): ”Ik ben hier vanaf 2010 gekomen, een klein jaar later was de pb-verkiezing. Ik vond dat goed. Ik had een pb’er waar ik niet goed mee op kon schieten, toen heb ik een andere gekozen. Die ging later weg, dat was wel jammer. Ik was wel tevreden over diegene. Ik vind het belangrijk dat een pb’er zich aan afspraken houdt. Het was niet moeilijk om te kiezen. Ik kende haar van hier, en had een positieve indruk.
Toen zij wegging heb ik weer een andere pb’er gekregen, en dat gaat hartstikke goed. Toen mocht ik niet kiezen, in het begin vond ik het niks, maar nu gaat het hartstikke goed, het klikt tussen ons.

Ik vind het normaal dat je mag kiezen. Je kunt nu eenmaal niet met iedere pb’er opschieten, vind ik. Ik zie er geen nadelen in. Als het niet goed gaat, zeg ik het. Ik heb nu een heel goede pb’er, ik zou niet meer willen ruilen.” 

Rob(pb’er): “Ik had er wel een hard hoofd in, ik vond het net een populariteitswedstrijd. Ik was bang dat er één heel populair zou zijn en anderen juist niet. Maar uiteindelijk bleek het netjes verdeeld.”

Jannie (pb’er):”De redenen om iemand te kiezen waren ook heel mooi: bijvoorbeeld een rustig iemand, of een ouder iemand. Het idee is goed, maar je moet wel goed nadenken over de uitvoering. Sommige cliënten willen wel elke week wisselen.“

Wat vonden jullie van de profielen die pb’ers van zichzelf moesten maken?

Emmelies: “Dat vond ik goed. De persoon wordt dan toch bekender bij je, je weet bijvoorbeeld ook wat voor hobby’s diegene heeft, hoe ze denken Zelf ben bij voorbeeld erg te spreken over mindfulness, en de profielen geven een idee hoe ze daarover denken. Of je weet dat een pb’er een verpleegkundige achtergrond heeft, dat is in mijn geval wel belangrijk gezien mijn lichamelijke klachten. Ik kom alle pb’ers wel tegen op de locatie, maar sommigen houden zich alleen bezig met hun eigen cliënten, dus dan ken je ze toch niet zo goed.”

Rob: “De opzet was nieuw, de pb-verkiezing vond ik best vreemd. Je moest een stukje over jezelf schrijven, jezelf als het ware verkopen, dat vond ik een beetje apart. Het leek wel een datingsite voor mijn gevoel.”

Jannie: “Ik heb het toen van de zijlijn gezien, omdat ik in die tijd nog begeleider was en geen pb’er. Aan de ene kant vond ik het mooi, maar ik was wel bang dat het voor sommige cliënten onduidelijk was of raar. Dat ze zouden denken: “ik heb toch al een pb’er”. Typisch was dat de meeste cliënten voor de pb’er kozen die ze al hadden. Sommigen hadden zoiets van “Moet dat nou”(zowel medewerkers als cliënten), voor anderen was het een verademing dat ze konden kiezen. Misschien was het voor sommigen ook nieuw dat ze mochten kiezen, ze waren het niet gewend.”

Noordzeestraat2

Zouden andere locaties ook zo moeten werken?

Emmelies:
“Ja, dat vind ik wel. Ik heb niets dan lof over hoe het bij de Noordzeestraat gaat.”

Ron: “Je kan het niet met de hele SBWU vergelijken. Tenzij het ook om nieuwe locaties gaat.”

Angenita: “Ja, dat vind ik wel. Mensen moeten kunnen kiezen.”

Rob: ”Ik zou andere locaties nu adviseren om het wel te doen. In het begin was ik sceptisch, maar nu zie ik tevreden cliënten, ze hebben inspraak, het bevordert de samenwerking tussen cliënt en pb’er. Het is me reuze meegevallen, het heeft een positieve uitwerking gehad.”

Jannie: “De tevredenheid van de cliënten is heel belangrijk, als je daaraan mee kunt werken, moet je het doen.”

Rob: “Het zet cliënten ook zelf aan het denken wat ze nodig hebben om verder te komen. Cliënten voelen zich ook nu nog vrijer om te vragen om te wisselen. Ze zien dat er geluisterd wordt, durven makkelijker aan te geven als ze ergens ontevreden over zijn.”

Jannie: “Het is belangrijk zo’n proces goed te begeleiden binnen het team, omdat het een bepaalde kwetsbaarheid vraagt van de medewerkers en dat is niet altijd (voor iedereen) even gemakkelijk. Door ruimte te creëren waarin je de dingen bespreekbaar maakt die een ieder tegen kan komen in het proces (gedachten als: mijn cliënt kiest iemand anders, waarom? Of een overtuiging als: ik vind die verkiezing onzin) voorkom je dat de verkiezing z’n doel mist.“

Rob: “Op iedere locatie kun je een pb-verkiezing doen. Dat hoeft niet per se een locatie te zijn die net gestart is, wij hebben het ook gedaan toen het al goed liep op onze locatie”.
Afdrukken

Verslag thema Straatpastoraat

Geschreven door Nick Hibberd & Wieke de Wolff.

Betrokken in de zorg

Thema: de straatpastor

straatpastoraat


Vertegenwoordiger: Wieke de Wolff, straatpastor

Verslag door: Nick Hibberd en Wieke de Wolff

Aanwezigen: Nick, Madelinde, Ivon, Gijsbert, Ruud, Ad, Wieke


Vandaag zijn we met zijn zeven mensen aanwezig geweest om 'betrokken in de zorg' bij te wonen, dit keer ging het over de werkzaamheden van het straatpastoraat in Utrecht. Dit is een verslag van onze bijeenkomst. (en bevat inhoud over de werkzaamheden van de straatpastoraat, ervaringen die we hebben gedeeld tijdens de vergadering en vertolking van bepaalde knelpunten omtrent dakloosheid.)

Wieke de Wolff is straatpastor in Utrecht. Ze is lid van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en als straatpastor in dienst van de Jeruzalemkerk (Nederlands Gereformeerd)in Utrecht. ( en is aangesloten bij de gereformeerde kerk waar ze zich bezighoudt met het fenomeen dakloosheid en het bijstaan van dakloze mensen.) Wieke heeft eerst Engelse taal en letterkunde gestudeerd en daarna theologie.

Bij het straatpastoraat gaat het om de ongedwongen ontmoeting met de ander, om het luisteren naar het verhaal van de ander, en om het contact van mens tot mens. De pastores en vrijwilligers die verbonden zijn aan het straatpastoraat zijn niet gericht op het oplossen van problemen van mensen die dak- en/of thuisloos zijn, maar in het aangaan van contact met hen. Zo kan er een band ontstaan tussen de pastor/vrijwilliger en de ander. Die band krijgt de kleur van de behoefte van de ander binnen de grenzen van wat de pastores en vrijwilligers te bieden hebben. Zo kan de pastor/vrijwilliger zijn als een broer/zus of zoals een vriend/vriendin.

Er zijn dak- en thuisloze mensen die warmte ondervinden in de omgang met het christendom. Geloof is geen centraal thema in de omgang met de straatpastores en vrijwilligers. De nadruk ligt meer op een ongedwongen ontmoeting en een luisterend oor. Wel is er ervaring en kennis paraat om iemand begeleiding te bieden als er vragen zijn over het geloof. De motivatie om actief te zijn in het straatpastoraat ontlenen de pastores en vrijwilligers wel aan hun geloof.

De pastores en vrijwilligers hebben zwijgplicht. Het is natuurlijk niet prettig als iemand zijn hart lucht en het vervolgens wordt doorverteld. Uitzonderingen daarop doen zich alleen voor als er aanleiding is te denken dat iemand zichzelf of een ander ernstige schade zal toebrengen.

Een onderdeel van het gedachtengoed van het straatpastoraat is dat er meer is dat ons bindt dan dat ons scheidt: ieder mens ontvangt het leven zonder er om gevraagd te hebben, ieder mens heeft te maken met de kwetsbaarheid van het bestaan, ieder mens heeft behoefte aan menselijk contact, ieder mens is sterfelijk.

Bij het straatpastoraat wil men de tijd nemen om de ander zijn/haar verhaal te laten doen en om de ander (beter) te leren kennen. Incidenteel hebben mensen aangegeven dat ze in het contact met straatpastores en vrijwilligers het gevoel hebben weer een soort familie te hebben gevonden.

Een nieuw begrip voor mij is de presentie-benadering. Zo hoeft er niet direct een afspraak te zijn met iemand om een bepaald onderwerp onder de loep te nemen. Nee, toevallig kom je net diegene tegen die je weleens eerder hebt gesproken of gezien. Het straatpastoraat is aanwezig op plekken waar mensen die dakloos zijn komen.

Er zijn geluiden vanuit de gemeenschap van daklozen dat mensen niet beoordeeld willen worden. Of dat mensen niet voor hen gaan denken. Eerder is het voor mensen vaak prettig als de ander nieuwsgierig is naar iemands ideeën, belevingen en ervaringen. Zo wordt iemand gehoord en in zijn/haar waarde gelaten.

Het straatpastoraat heeft elke maandagochtend van 9.30 tot 11.30 een inloop in de Jacobikkerk, Jacobsstraat 171. Om 11.00 uur is er een gratis brunch. Iedere derde zondag van de maand heeft het straatpastoraat een viering in de Domkerk; om 15.00 is er ontvangst met koffie en thee, om 15.30 begint de viering, koffie/thee na afloop. (de vieringen in de Domkerk zijn in het zgn. noordertransept, vanuit de hoofdingang van de Dom bekeken de kapel aan de linkerkant).

Je bent van harte welkom bij de inloop en de vieringen.

Mocht je meer willen weten over het straatpastoraat of een afspraak willen maken met één van de straatpastores dan kun je je richten tot Wieke, 06 -17 06 21 61 wiekestraatpastor@live.nl